Uw beleggingsdoel en de termijn waarop u het geld nodig heeft zijn duidelijk. Nu moet u kiezen welk soort belegging daarbij past. Wilt u afzonderlijke bedrijven selecteren, via een fonds spreiden of een andere vorm onderzoeken? Die keuze bepaalt welke risico’s, kosten en verplichtingen u op zich neemt.
Een aandeel, obligatie, fonds, ETF en derivaat verschillen niet alleen in risico. Juridisch bezit u iets anders, het rendement ontstaat via andere mechanismen en ook liquiditeit, kosten en mogelijke verplichtingen kunnen sterk verschillen.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Een eenvoudige ladder waarin obligaties en fondsen 'veilig' zijn en derivaten 'riskant' is te grof. Binnen iedere productgroep bestaan grote verschillen.
Een breed fonds kan sterk gespreid zijn, terwijl een sectorfonds juist geconcentreerd kan zijn. Een staatsobligatie en een achtergestelde bedrijfsobligatie hebben een andere krediet- en looptijdstructuur. Een optie kan voor speculatie worden gebruikt, maar ook om een bestaand portefeuillerisico te begrenzen. En een ETF kan duizenden posities bevatten of vrijwel volledig van één sector afhankelijk zijn.
Begin daarom bij het mechanisme en plak pas daarna een risicolabel op de concrete belegging.
Met een aandeel bezit u een aandeel in een onderneming. Met een obligatie bent u schuldeiser volgens de voorwaarden van de lening.
Bij een beleggingsfonds of ETF bezit u een participatie in een collectieve portefeuille. U bezit dan niet rechtstreeks ieder onderliggend effect op uw eigen rekening.
Bij een derivaat bezit u doorgaans niet de onderliggende onderneming of obligatie, maar een contract waarvan de waarde samenhangt met een onderliggende waarde of gebeurtenis.
Bij aandelen kan rendement komen uit koersverandering en eventueel dividend. Bij obligaties spelen coupon, aankoopprijs, aflossingswaarde en kredietrisico mee. Bij fondsen en ETF's komt het resultaat uit de onderliggende portefeuille, verminderd met kosten en andere fricties.
Bij derivaten hangt de uitkomst af van de contractvoorwaarden en de ontwikkeling van de onderliggende waarde. Hefboom, looptijd, margin en afwikkeling kunnen daarbij een veel grotere rol spelen dan bij een rechtstreeks aandeel.
Een beursnotering betekent niet dat ieder product op ieder moment eenvoudig tegen een gunstige prijs te verkopen is. Liquiditeit hangt af van het product, de markt, de handelsuren en de onderliggende activa.
Bij sommige fondsen wordt slechts op bepaalde momenten afgerekend. Alternatieve beleggingen kunnen een langere blokkeringsperiode (lock-up) of beperkte secundaire markt hebben. Derivaten kunnen een vaste afloopdatum of marginverplichtingen kennen.
Kijk naast marktrisico ook naar concentratie, kredietrisico, rentegevoeligheid, valuta, liquiditeit, tegenpartijrisico, hefboom en productkosten.
Welke daarvan werkelijk relevant zijn, volgt uit de productstructuur. Het label 'fonds' of 'ETF' bewijst bijvoorbeeld geen brede spreiding, net zo min als het label 'obligatie' terugbetaling garandeert.
Een nuttige eerste splitsing is of u individuele effecten wilt selecteren of een portefeuille via één fondsproduct wilt aanhouden.
Bij losse aandelen en obligaties bepaalt u zelf welke effecten u koopt en hoeveel ieder effect weegt. Dat geeft directe controle, maar maakt selectie, spreiding en onderhoud ook uw eigen verantwoordelijkheid.
Bij een fonds of ETF worden meerdere beleggingen binnen één product samengebracht. Hoe breed die portefeuille is en hoe zij wordt beheerd, volgt uit het fondsmandaat. Een fonds kan actief worden beheerd of een index volgen; een ETF kan eveneens actief of indexvolgend zijn.
Wilt u dit onderscheid verder uitwerken, lees dan actief versus passief beleggen.
Vastgoed, private equity, crowdfunding, goud, crypto en andere alternatieve beleggingen werken economisch en juridisch zeer verschillend. Het woord 'alternatief' vertelt u dus weinig over rendement, liquiditeit of spreiding.
Zie alternatieve beleggingen daarom niet automatisch als veilige diversificatie. Kijk naar de specifieke inkomstenbron, waardering, verhandelbaarheid, leverage en samenhang met de rest van uw portefeuille.
Opties, futures, CFD's en andere derivaten kunnen complexe uitkomsten hebben. Het relevante risico volgt uit het uitbetalingsprofiel, de hefboom, margin, looptijd en afwikkeling. Een klein prijsverschil in de onderliggende waarde kan daardoor een veel grotere invloed op het contract hebben.
De productnaam alleen is dus geen voldoende risicobeschrijving. Wie een derivaat overweegt, moet eerst begrijpen welke verplichting of mogelijke maximale schade uit het contract kan ontstaan.
U hoeft in deze fase nog geen percentages aan producten toe te kennen. Het doel is eerst te begrijpen welke productvormen aansluiten bij de taak van uw geld en welke risico's u daarmee introduceert.
De vervolgstappen in dit Stappenplan werken de belangrijkste routes afzonderlijk uit:
Pas als deze productkeuze helder is, wordt de volgende vraag relevant: welke aanbieder of beleggingsdienst ondersteunt de gewenste route daadwerkelijk?