Voordat u een beleggingsproduct, strategie of broker kiest, moet duidelijk zijn welk deel van uw geld u langere tijd kunt missen. Daarvoor kijkt u eerst naar uw kasstroom, buffer, schulden en andere financiële verplichtingen. Een gewenst rendement komt pas later.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Zet op een rij wat er gemiddeld binnenkomt en uitgaat. Kijk liever naar meerdere maanden dan naar één toevallig gunstige maand, zodat ook onregelmatige inkomsten en uitgaven zichtbaar worden.
Het verschil tussen inkomsten en uitgaven laat zien hoeveel financiële ruimte u gemiddeld heeft. Dat is nog niet automatisch uw beleggingsruimte. Geld dat u binnenkort nodig heeft of als buffer achter de hand moet houden, heeft een andere functie dan vermogen dat langere tijd kan blijven staan.
Een eenvoudige spreadsheet of budgetapp kan hierbij al voldoende zijn. Neem enkele maanden mee, zodat één uitzonderlijk goedkope of dure maand uw beeld niet bepaalt.
Een jaaroverzicht helpt vooral om uitgaven te zien die niet maandelijks terugkomen. Betaalt u bijvoorbeeld één keer per jaar €1.200 aan noodzakelijke kosten, dan vertegenwoordigt dat gemiddeld €100 per maand. Zonder die reservering lijkt uw vrije maandbedrag groter dan het in werkelijkheid is. U kunt zulke posten in uw huishoudboekje uitsmeren over twaalf maanden voordat u berekent wat er overblijft voor sparen, aflossen of beleggen.
Een maandbudget vertelt niet het hele verhaal. Zet daarom ook uw bezittingen en schulden naast elkaar. Bij bezittingen kunt u denken aan spaargeld en beleggingen; bij schulden bijvoorbeeld aan een hypotheek, persoonlijke lening, studieschuld of creditcardschuld.
Uw nettovermogen is de waarde van uw bezittingen minus uw schulden. Voor de vraag hoeveel u kunt beleggen, is ook van belang welk deel van dat vermogen daadwerkelijk liquide en beschikbaar is. Een woning kan onderdeel zijn van uw vermogen, maar betaalt niet zonder meer een onverwachte rekening.
De bekende 50/30/20-regel kan helpen om uw uitgavenpatroon te bekijken. De vuistregel verdeelt het inkomen grofweg als volgt:
Zie dit als een budgetvuistregel, niet als een voorgeschreven beleggingspercentage. Die 20% hoeft dus niet naar beleggingen te gaan. Hoeveel ruimte u heeft voor sparen, aflossen of beleggen hangt af van uw inkomen, vaste lasten, buffer, schulden en doelen. Voor het ene huishouden is 20% te hoog, terwijl een ander huishouden meer ruimte heeft.
Stel dat u na uw normale uitgaven gemiddeld €500 per maand overhoudt. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen €200 te reserveren voor sparen of onverwachte uitgaven en €300 te beleggen. Na twaalf maanden heeft u dan €3.600 ingelegd, exclusief rendement, kosten en belastingen.
Dit voorbeeld laat alleen zien hoe vrije kasstroom kan worden verdeeld. Het zegt niet dat €300 voor u het juiste bedrag is. Ook kleinere periodieke bedragen kunnen praktisch bruikbaar zijn. Het uiteindelijke vermogen hangt vervolgens onder meer af van de looptijd, het behaalde rendement, kosten, belastingen en eventuele onderbrekingen in de inleg.
De AFM benadrukt dat beleggen bedoeld is voor geld dat u langere tijd kunt missen en dat een voldoende buffer belangrijk is. Als een onverwachte uitgave u kan dwingen beleggingen op een ongunstig moment te verkopen, is uw feitelijke beleggingsruimte kleiner dan uw maandelijkse overschot doet vermoeden.
Kijk daarom vóór u gaat beleggen ook naar uw noodfonds en schulden. Vooral dure schulden en een ontbrekende buffer kunnen de ruimte om verantwoord vermogen vast te zetten beperken.
De AFM-checklist voor particuliere beleggers koppelt beleggen expliciet aan een concreet doel, een langere termijn en geld dat u kunt missen. Dat biedt een praktische volgorde: reserveer eerst voor lopende en te verwachten uitgaven, bepaal uw buffer en beoordeel schulden, en kijk pas daarna welk bedrag redelijkerwijs langere tijd kan blijven staan. Een positief saldo op uw betaalrekening is daarvoor op zichzelf onvoldoende.
Weet u welk bedrag u werkelijk kunt missen, dan volgen drie samenhangende vragen: waarvoor belegt u, wanneer heeft u het geld nodig en hoeveel verlies kunt en wilt u dragen?
Heeft u nog geen buffer of wilt u eerst uw schuldenpositie beoordelen? Lees dan Noodfonds en schulden.