Uw beleggingshorizon is de periode tussen nu en het moment waarop u het belegde geld waarschijnlijk nodig heeft. Die termijn bepaalt hoeveel tijd er tussen een tussentijdse daling en uw geplande opname zit. Een lange horizon garandeert echter geen herstel en maakt een risicovolle belegging niet vanzelf passend.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Koppel de horizon aan een concreet doel en bedrag. Heeft u meerdere doelen, dan kunt u ook meerdere beleggingshorizons hebben.
Een praktische, illustratieve indeling is:
Gebruik deze grenzen als ordening. Een doel over acht jaar schrijft geen vaste aandelen-/obligatiemix voor, en twintig jaar beleggingshorizon betekent niet dat een zeer offensieve portefeuille automatisch bij u past.
Neem niet alleen de einddatum, maar ook de eerste mogelijke opname. Een woningkoop die "ergens over zeven jaar" gepland staat kan dichterbij komen als u eerder een geschikt huis vindt. Voor een bedrag dat dan direct beschikbaar moet zijn, kan de feitelijke risicohorizon korter zijn dan de uiterste plandatum. U kunt verschillende doelen daarom niet zonder meer samenvoegen tot één gemiddelde beleggingshorizon.
Bij een korte horizon telt vooral het moment van opname. Daalt uw portefeuille sterk vlak voordat u een noodzakelijke uitgave moet doen, dan heeft u weinig tijd om op eventueel herstel te wachten. U kunt dan met verlies moeten verkopen of het doel moeten uitstellen.
Met een langere horizon heeft u meer tijd om tussentijdse schommelingen te doorstaan. Nieuwe periodieke inleg kan bovendien over verschillende marktomstandigheden worden gespreid. Het risico op verlies verdwijnt daarmee niet. Markten kunnen lang tegenvallen en voor herstel bestaat geen vaste termijn.
De AFM beschrijft beleggen daarom als een activiteit voor de langere termijn en benadrukt dat u alleen geld moet beleggen dat u gedurende die periode kunt missen.
Uw horizon zegt iets over tijd. Uw risicocapaciteit gaat over de financiële gevolgen van verlies en hangt ook af van uw inkomen, buffer, schulden, andere verplichtingen en de gevolgen als het doel niet wordt gehaald. Uw risicobereidheid gaat over hoeveel onzekerheid en verlies u daadwerkelijk wilt verdragen.
U kunt dus een lange horizon hebben en toch weinig verlies kunnen of willen dragen. Andersom kan iemand veel risico willen nemen, terwijl een harde financiële einddatum daar weinig ruimte voor laat.
Naarmate de datum waarop u het geld nodig heeft dichterbij komt, verandert de verhouding tussen groeikans en opnamerisico. Dat is een logisch moment om opnieuw te kijken hoeveel waardeschommeling nog aanvaardbaar is en hoeveel liquiditeit u nodig heeft.
Daar hoort geen verplichte kalender of automatische afbouwregel bij. De vraag is of uw portefeuille nog aansluit bij de resterende looptijd, de flexibiliteit van het doel en uw actuele financiële situatie.
Stel dat u over acht jaar €20.000 nodig denkt te hebben en daarvoor nu beleggingen bezit. Vier jaar later verandert uw situatie: de betaling moet mogelijk al binnen anderhalf jaar plaatsvinden. Dan is het oorspronkelijke achtjaarsargument niet meer beslissend. U beoordeelt opnieuw hoeveel verlies u tussen nu en de opnamedatum kunt verdragen en welk bedrag tijdig liquide moet zijn. Verkoop of een andere verdeling is niet automatisch nodig; de nieuwe informatie vraagt wel om een bewuste toets.
Maak per doel een eenvoudige tijdlijn met:
Daarna kunt u uw risicoprofiel bepalen. Wilt u het verschil tussen risico willen nemen en risico kunnen dragen verder uitwerken, lees dan Risicotolerantie & Risicocapaciteit.