Hedging betekent dat u een tweede positie gebruikt om een specifiek financieel risico in een bestaande positie of portefeuille te verkleinen. Dat kan gaan om aandelenmarktrisico, rente, valuta, grondstofprijzen of een ander meetbaar risico.
Een hedge is geen algemene verzekering tegen iedere tegenvaller. De werking hangt af van wat u afdekt, welk instrument u gebruikt, hoeveel u daarvan inzet en hoe nauw de twee blootstellingen in de praktijk samen bewegen.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Een hedge krijgt pas betekenis nadat duidelijk is welk risico u wilt verminderen.
Wie bijvoorbeeld een buitenlandse kasstroom in dollars wil afdekken heeft een andere blootstelling dan iemand die een brede aandelenportefeuille tegen een tijdelijke marktdaling wil beschermen. Een olieproducent die toekomstige productie verkoopt heeft weer een andere hedge-vraag.
De eerste stap is daarom:
Zonder die koppeling kan een zogenaamde hedge zelf een nieuwe speculatieve positie worden.
De hedge-ratio bepaalt hoeveel van het afdekinstrument u tegenover de oorspronkelijke positie zet.
Bij een zeer directe match kan de notionele waarde een bruikbaar vertrekpunt zijn. CME laat bijvoorbeeld zien hoe futures-notional kan worden gebruikt om een bepaald deel van een aandelenblootstelling af te dekken.
Maar een één-op-één notionele verhouding is niet altijd de juiste hedge. Wanneer het afdekinstrument niet exact dezelfde onderliggende blootstelling heeft, tellen ook gevoeligheid, volatiliteit, correlatie of duration mee.
Een hedge van 100% van de nominale waarde kan dus nog steeds te groot, te klein of verkeerd gericht zijn.
Stel dat uw portefeuille €50.000 blootstelling aan een aandelenindex heeft en u overweegt een indexfuture als tegenpositie. Bij een instrument met €10.000 nominale contractwaarde vertegenwoordigen vijf contracten nominaal €50.000; dat is nog geen bewijs dat vijf contracten exact passen. Uw portefeuille kan een andere bèta, sectorverdeling of valuta hebben dan de index. Bovendien verandert de benodigde hedge wanneer de portefeuille en futureprijzen bewegen.
Breng daarom vóór uitvoering de nominale blootstelling, gevoeligheid, contractmultiplier, expiratie, vereiste margin en eventuele basisafwijking in kaart. Zelfs bij een perfect gelijk nominaal bedrag kan de bescherming tegen een specifiek portefeuilleverlies onvolledig zijn. De definities van hedge ratio en basisrisico bij de CFTC maken duidelijk waarom de waarde van de hedge samen met de kaspositie moet worden beoordeeld.
Basisrisico ontstaat wanneer het afdekinstrument niet precies hetzelfde beweegt als de blootstelling die u wilt beschermen.
Bij futures kan bijvoorbeeld het verschil tussen cash- en futuresprijs veranderen. CME beschrijft dat hedgers prijsrisico kunnen verminderen terwijl zij basisrisico overhouden.
Hetzelfde principe geldt breder. Een indexput kan een portefeuille met afwijkende sector- of factorwegingen niet exact volgen. Een valutatermijn kan een directe muntblootstelling verminderen, maar niet automatisch alle economische valuta-effecten van multinationale ondernemingen neutraliseren.
Daarom is correlatie en covariantie relevant, maar een hoge historische correlatie is geen garantie voor een perfecte hedge.
Futures geven een relatief directe, lineaire blootstelling aan een onderliggende markt. Daardoor kunnen ze efficiënt zijn om bijvoorbeeld aandelenindex-, rente- of grondstoffenrisico te verminderen.
Daar staan eigen risico’s tegenover:
Een futureshedge kan dus de richting van een risico verminderen zonder dat het totale verliesprofiel volledig vaststaat.
Met een gekochte put kunt u een asymmetrische bescherming opbouwen: wanneer de onderliggende waarde onder de strike daalt, krijgt het verkooprecht economische waarde.
Hoeveel bescherming u werkelijk koopt hangt af van strike, looptijd, aantal contracten en de match met de portefeuille. De premie is de prijs voor die optionaliteit.
Een protective put op exact dezelfde aandelenpositie kan de payoff onder de strike begrenzen gedurende de looptijd, maar dat betekent niet dat iedere portefeuille een absolute bodem krijgt. Basisverschil, expiratie, transactiekosten en een onvolledige hedge blijven relevant.
De specifieke optieconstructies staan bij Opties als verzekering.
Een valutaforward of -future kan worden gebruikt om een directe vreemde-valutablootstelling te verkleinen. De hedge-ratio bepaalt welk deel wordt afgedekt.
Ook hier verandert de hedge het rendement. Forwardprijzen verwerken onder meer renteverschillen tussen valutagebieden. Een hedge kan daardoor positief of negatief bijdragen naast transactiekosten en tracking.
Meer hierover staat bij Valutarisico.
De kosten van een hedge kunnen verschillende vormen aannemen:
Daarom is “hedging verlaagt altijd het rendement met een vast percentage” onjuist. Het effect hangt af van het instrument en van wat de markt tijdens de hedgeperiode doet.
Voor de bredere kostenlaag leest u Kostenbeheersing in beleggen.
Een hedge loopt niet vanzelf perfect door. Opties expireren, futures moeten worden gerold en de waarde van de oorspronkelijke positie verandert.
Daarom hoort bij een hedge vooraf ook een regel voor:
Hedging is daarmee geen permanente noodrem die u één keer installeert. Het is een tijdelijke of doorlopende risicopositie die zelf moet worden beheerd.
De juiste vraag is niet of een portefeuille “gehedged” is, maar welke verliezen na de hedge nog mogelijk zijn.
Denk aan basisrisico, looptijdmismatch, liquiditeit, tegenpartijrisico, margin en het risico dat de afdekking te vroeg of te laat wordt verwijderd.
Een hedge kan een specifiek risico sterk verkleinen. Zij vervangt niet de basis van structureel risicobeheer, maar bouwt daarop voort.