Een obligatiefonds bundelt obligaties in één fondsportefeuille. U koopt een participatie in dat fonds en niet rechtstreeks iedere onderliggende lening. Daardoor verschilt een obligatiefonds op een belangrijk punt van een individuele obligatie: uw fondsdeel heeft normaal gesproken niet één vaste einddatum waarop uw oorspronkelijke inleg automatisch wordt terugbetaald.
Uw risico en mogelijke resultaat volgen uit de obligaties die het mandaat toestaat én uit de manier waarop het fonds die portefeuille beheert.
Bekijk de geselecteerde aanbieders of onderzoek welke dienstverlening en functies u nodig hebt.
De keuzehulp helpt u uw uitvoeringswensen te ordenen.
Het fonds houdt een portefeuille van schuldinstrumenten aan. Dat kunnen bijvoorbeeld staats-, bedrijfs-, investment-grade, high-yield, kortlopende of inflatiegerelateerde obligaties zijn, afhankelijk van het beleid.
Als deelnemer bezit u een fondsdeel. De couponbetalingen en aflossingen van onderliggende obligaties komen eerst in de fondsportefeuille terecht. De beheerder kan vrijkomend geld herbeleggen volgens het mandaat.
Wilt u juist één lening met eigen coupon, rangorde en einddatum analyseren, lees dan Beleggen in obligaties.
De onderliggende obligaties kunnen couponbetalingen doen, maar uw resultaat als fondsbelegger hangt van meer af. Marktprijzen van obligaties veranderen wanneer rente, kredietrisico, liquiditeit of verwachtingen veranderen. Het fonds maakt bovendien kosten en kan obligaties vóór hun einddatum kopen of verkopen.
Een uitkerend obligatiefonds kan inkomsten aan deelnemers distribueren. Een accumulerende share class kan inkomsten herbeleggen. In beide gevallen blijft de waarde van uw participatie gevoelig voor de portefeuille.
Een hoge gemiddelde coupon of yield zegt daardoor nog niet dat het fonds ook een hoog rendement oplevert.
Wanneer marktrentes veranderen, kunnen bestaande obligatiekoersen bewegen. Hoe sterk dat effect is, hangt onder meer af van looptijd, couponstructuur en kasstromen. Gemodificeerde duratie vat die rentegevoeligheid samen. Een duratie van 5 betekent als eerste benadering ongeveer 5% koersdaling wanneer het relevante marktrendement 1 procentpunt stijgt, vóór effecten zoals convexiteit.
Een fonds met langlopende obligaties kan daardoor anders reageren op een rentebeweging dan een fonds met kortlopende schuld. Ook wanneer beide fondsen het label obligatiefonds dragen.
Voor de berekening en beperkingen van duratie leest u Renterisico.
Een obligatiefonds kan over veel emittenten zijn verdeeld, maar spreiding neemt kredietrisico niet weg. Een fonds kan bijvoorbeeld sterk geconcentreerd zijn in één sector, één land, een bepaalde kredietkwaliteit of een bepaald type schuld.
Ook staatsobligaties zijn niet universeel risicoloos. Het kredietrisico hangt af van de betreffende overheid en lening. Daarnaast kunnen rente-, inflatie-, valuta- en liquiditeitsrisico spelen.
Bij bedrijfsobligaties spelen de financiële positie van de onderneming en de rang van de schuld mee. Senior, achtergesteld en hybride schuld hebben niet dezelfde positie wanneer een uitgevende partij problemen krijgt.
Breder spreiden kan de afhankelijkheid van één emittent verminderen, maar het garandeert niet dat andere posities een verlies compenseren. Meer over die grens leest u bij Diversificatie.
Bij een individuele obligatie kan de contractuele nominale waarde op de einddatum worden afgelost als de emittent aan zijn verplichtingen voldoet. Een open obligatiefonds blijft doorgaans obligaties kopen, verkopen en vervangen. Uw participatie heeft daardoor geen vergelijkbare vaste nominale aflossingsdatum.
Dit wordt vooral belangrijk wanneer u het fonds gebruikt voor een bedrag dat op een bepaalde datum beschikbaar moet zijn. De marktwaarde op uw verkoopmoment kan hoger of lager zijn dan uw oorspronkelijke inleg.
Renterisico. Stijgende of dalende marktrente kan de waarde van bestaande schuld beïnvloeden.
Kredietrisico. Een emittent kan rente of aflossing niet volledig of niet tijdig betalen.
Spreadrisico. De extra vergoeding die de markt vraagt boven een referentierente kan veranderen, ook zonder formele wanbetaling.
Liquiditeitsrisico. Sommige obligaties zijn minder eenvoudig te verhandelen, vooral in stresssituaties.
Inflatierisico. Nominale kasstromen kunnen in koopkracht dalen.
Valutarisico. Buitenlandse obligaties kunnen een andere valutablootstelling geven; een fonds kan die al dan niet geheel of gedeeltelijk afdekken.
Concentratierisico. Een fonds kan zwaar leunen op één land, sector, emittentgroep of kredietsegment.
Ook obligatiefondsen kunnen actief of indexvolgend zijn. Een actieve beheerder kan binnen het mandaat keuzes maken in looptijd, kredietkwaliteit, sectoren en emittenten. Een indexvolgend fonds probeert de gekozen obligatie-index te volgen volgens de beschreven methode.
Uit de labels alleen volgt niet welke route minder risico heeft. Een index voor high-yield bedrijfsobligaties heeft een andere risicostructuur dan een index voor kortlopende hoogwaardige staatsleningen.
Productkosten verlagen het resultaat dat bij de belegger overblijft. Daarbovenop kunnen kosten van de beleggingsdienstverlener komen. Bij obligatiefondsen is het daarom belangrijk de kosten te beoordelen naast duration, kredietkwaliteit, valuta, liquiditeit en het doel van het fonds.
Voor de volledige kostenlaag gaat u naar Kostenbeheersing in beleggen.
Fondsmanagers rapporteren vaak de modified duration van hun obligatieportefeuille. Een fonds met bijvoorbeeld een duration van vier heeft, als zeer grove eerste benadering, ongeveer 4% koersgevoeligheid bij een stijging van één procentpunt in de relevante rente, zolang de overige omstandigheden gelijk blijven. Bij een fondswaarde van €10.000 is dat circa €400. Het is geen voorspelling: de samenstelling verandert, renteverschuivingen zijn niet altijd gelijk over alle looptijden en grotere bewegingen brengen convexiteit in beeld.
Daarbovenop kan de kredietopslag veranderen: beleggers kunnen een hogere vergoeding verlangen voor ondernemingsrisico, ook als de risicovrije rente niet stijgt. Een fonds met bedrijfsobligaties kan dus koersverlies krijgen door zowel hogere basisrentes als oplopende spreads. Controleer daarom ook spreadduration, kredietratings, sectorconcentratie en het aandeel achtergestelde of minder liquide leningen waar beschikbaar. De gemiddelde rating verbergt soms een kleine maar risicovolle staart.
Een obligatiefonds ontvangt coupons en kan ontvangen inkomsten volgens zijn beleid uitkeren of herbeleggen. Het bedrag dat u als fondsdeelnemer ontvangt, is niet noodzakelijk exact gelijk aan alle ontvangen coupons. Kosten, gerealiseerde resultaten, reserveringen, distributiebeleid en de samenstelling van de portefeuille spelen mee. Bij sommige fondsstructuren kan een uitkering bovendien deels uit kapitaal bestaan. Een hoog uitkeringspercentage betekent daarom niet zonder meer een hoog duurzaam rendement.
Een fonds koopt en verkoopt ook obligaties, bijvoorbeeld wanneer leningen aflopen, de index verandert of deelnemers in- en uitstappen. De opbrengsten van oude obligaties moeten soms tegen lagere of juist hogere marktrentes opnieuw worden geïnvesteerd. Dat herbeleggingsrisico loopt door; anders dan bij het aanhouden van één specifieke obligatie kunt u doorgaans niet naar één vaste aflossingsdatum van uw participatie toewerken.
Wilt u op een vast moment over een voorspelbare nominale betaling kunnen beschikken, dan vraagt het doorlopende koersrisico van een open obligatiefonds extra aandacht. Een individuele obligatie heeft wel een contractuele kasstroom en vaak een einddatum, maar brengt emittent-, concentratie- en eventueel verkooprisico mee. Een korte duration kan de rentegevoeligheid verminderen zonder krediet- of liquiditeitsrisico te laten verdwijnen. Vergelijk daarom doel, termijn en de concrete financieringsbehoefte in plaats van obligatiefondsen zonder meer als ‘veilig deel’ van een portefeuille te bestempelen.
Bekijk in de fondsdocumentatie en, waar van toepassing, het Essentiële-informatiedocument:
Een obligatiefonds kan het aanhouden van een obligatieportefeuille bundelen in één product. Het fondslabel maakt van schuldpapier echter geen gegarandeerde spaarvorm.