Het woord liquiditeiten wordt in beleggen voor verschillende dingen gebruikt. Soms bedoelt men direct beschikbaar geld. Soms gaat het om een spaarrekening of deposito. En soms wordt een beleggingsproduct, zoals een geldmarktfonds, als cash-achtig onderdeel van een portefeuille gebruikt. Juist omdat die routes zo verschillend zijn, moeten ze uit elkaar blijven. Een banktegoed, een fondsbelegging en cash op of rond een beleggingsrekening kunnen juridisch verschillend worden aangehouden en vallen niet automatisch onder dezelfde bescherming.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Voor een particuliere belegger draait liquiditeit om de vraag hoe snel en tegen welke voorwaarden vermogen beschikbaar kan worden gemaakt. Cash op een bankrekening is direct een geldtegoed bij een bank. Een beursgenoteerde belegging moet eerst worden verkocht. Een geldmarktfonds moet worden teruggekocht of verkocht volgens de fonds- en handelsvoorwaarden. Bij een deposito kan tussentijdse toegang juist beperkt zijn. Liquiditeit is daarmee een eigenschap van de gekozen route, geen afzonderlijke garantie.
In het dagelijks taalgebruik noemen we zowel bankbiljetten als een saldo op de betaalrekening 'geld'. Toch is er een relevant verschil. Contant geld bestaat uit fysieke biljetten en munten; een banksaldo is een vordering op de bank. Bij een banktegoed kunnen depositogarantieregels van toepassing zijn. Contant geld kent andere praktische risico's, zoals verlies of diefstal, en levert doorgaans geen rente op.
Voor een beleggingsportefeuille is vooral de vraag belangrijk waar het beschikbare geld staat. Een broker kan geld bijvoorbeeld als banktegoed, via een betaalinstelling of door plaatsing in een fonds administreren. De app-weergave alleen zegt niet welke juridische aanspraak u bezit.
Het begrip 'liquiditeit' wordt bovendien gebruikt voor twee verschillende vragen: hoeveel geld is er beschikbaar en hoe snel kunt u een belegging tegen een redelijke prijs omzetten in geld? Aandelen die u eerst moet verkopen, zijn niet hetzelfde als euro's die klaarstaan om een rekening te betalen.
Een spaarrekening is een bankdeposito, geen beleggingsfonds. De rente kan variabel zijn en de bank kan voorwaarden stellen aan opname, saldo of promotietarieven. Bij een in aanmerking komend tegoed kan een depositogarantiestelsel gelden. De bescherming hangt af van de juridische bank en het toepasselijke stelsel, niet alleen van de merknaam waaronder de rekening wordt aangeboden.
Bij een deposito zet u geld volgens productvoorwaarden voor een bepaalde periode vast tegen een afgesproken rente. Tussentijds opnemen kan beperkt, kostbaar of niet mogelijk zijn. Daarmee ruilt u een deel van de flexibiliteit van vrij opneembaar sparen in voor vooraf vastgelegde voorwaarden. Ook hier is de juridische bank bepalend voor de eventuele depositogarantie.
Een geldmarktfonds belegt in kortlopende geldmarktinstrumenten. U bezit participaties in een fonds. Dat is juridisch en economisch iets anders dan geld op een spaarrekening. De waarde en opbrengst kunnen worden beïnvloed door korte marktrentes, kredietkwaliteit, liquiditeit en fondskosten. De fondsbelegging zelf valt niet onder de depositogarantie alsof het een banktegoed is. Vooral bij apps of aanbieders die woorden als cash of rente op geld gebruiken, moet duidelijk blijven of het geld feitelijk in een fonds wordt belegd.
Een beleggingsrekening is in de eerste plaats de rekening- en bewaarinfrastructuur waarmee u beleggingen aanhoudt en transacties afwikkelt. De rekening zelf is geen belegging met één vast rendement of risico. Cash en effecten binnen zo'n omgeving kunnen bovendien via verschillende juridische routes worden aangehouden. Kijk daarom naar de daadwerkelijke bank-, custody- en geldstructuur van de aanbieder.
Geld zonder beurskoers kan toch koopkracht verliezen door inflatie. Daarnaast kunnen rentevoorwaarden veranderen en kan een belegger rendement mislopen doordat vermogen langdurig ongebruikt blijft. Cash is daarmee niet automatisch slecht en beleggen niet automatisch beter. Geld dat als buffer of voor een naderende uitgave beschikbaar moet blijven, heeft een andere taak dan vermogen dat langere tijd kan worden blootgesteld aan marktrisico. Voor die afweging gaat u naar Noodfonds en schulden.
Stel dat u €15.000 beschikbaar wilt houden. Daarvan kan €5.000 bedoeld zijn voor onverwachte uitgaven, €7.000 voor een aankoop over achttien maanden en €3.000 voor kansen binnen uw beleggingsportefeuille. Dat zijn drie verschillende doelen en dus mogelijk drie verschillende eisen aan beschikbaarheid.
Een noodbuffer vraagt vooral om een betrouwbare opname- en betaalroute. Bij de geplande aankoop is de datum bepalend: een vastgezette rekening kan onhandig zijn als het geld een maand eerder nodig blijkt. Tijdelijk niet-belegd geld op een effectenrekening kan afhankelijk zijn van het geldbeheer bij de aanbieder. Dit voorbeeld schrijft geen verdeling voor; het maakt zichtbaar waarom alleen de hoogste rente onvoldoende keuze-informatie geeft.
Ook het begrip 'dynamische liquiditeit' dat u soms bij bedrijven tegenkomt, gaat over iets anders: de verhouding tussen inkomende en uitgaande geldstromen. Bij uw persoonlijke vermogensplanning is de vergelijkbare vraag hoeveel geld u op welk moment nodig hebt.
Leg liquiditeitsroutes naast elkaar aan de hand van:
Wilt u begrijpen wat er kan gebeuren wanneer een belegging moeilijk verkoopbaar wordt, lees dan Liquiditeitsrisico.