Een beleggingsdoel maakt concreet waarvoor u vermogen opbouwt, hoeveel u ongeveer nodig heeft en wanneer het geld beschikbaar moet zijn. Met die gegevens kunt u beter beoordelen hoeveel u periodiek moet inleggen en hoeveel onzekerheid het doel onderweg kan verdragen.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
“Vermogen opbouwen” is nog geen concreet doel. “Over twintig jaar €100.000 aanvullend vermogen hebben” geeft wel een bedrag en een einddatum waarmee u kunt rekenen.
Kijk ook naar de flexibiliteit van het doel. Een pensioenaanvulling over twintig jaar kan soms worden bijgesteld of uitgesteld. Geld voor een woningoverdracht op een vaste datum laat veel minder ruimte. Dat verschil bepaalt mede wat een tegenvallende beleggingsuitkomst praktisch voor u betekent.
U kunt doelen bijvoorbeeld in drie tijdvakken ordenen:
Deze grenzen zijn illustratieve categorieën. Ze bepalen niet automatisch welke producten of percentages u zou moeten kiezen. Bij een korte, harde einddatum wegen liquiditeit en het risico op verlies vlak vóór opname zwaarder. Meer tijd geeft doorgaans meer ruimte om tussentijdse schommelingen op te vangen, maar uw risicocapaciteit, risicobereidheid en de aard van het doel blijven afzonderlijk van belang.
De bekende SMART-methode is een bruikbaar hulpmiddel om een vaag doel concreter te maken. Het is een methode voor doelstelling, geen beleggingsregel. In deze context kunt u de vijf onderdelen zo gebruiken:
Met deze gegevens kunt u terugrekenen welke inleg in verschillende scenario's nodig zou zijn, zonder één scenario als zekerheid te behandelen.
Stel dat u over twintig jaar €100.000 nominaal wilt opbouwen en geen startkapitaal heeft.
Zonder rendement is daarvoor ongeveer €416,67 per maand nodig: €100.000 gedeeld door 240 maanden.
U kunt daarnaast een scenario doorrekenen met een vaste rekenrente van 5% per jaar. Als die 5% gelijkmatig over de maanden wordt verdeeld, u aan het einde van iedere maand inlegt en alle opbrengsten worden herbelegd, komt de benodigde maandelijkse inleg uit op ongeveer €243.
Die 5% is geen rendementsverwachting of belofte. Het rekenvoorbeeld veronderstelt een gelijkmatig rendement en houdt geen rekening met koersschommelingen, kosten, belastingen of perioden waarin u niet inlegt. De werkelijk benodigde inleg kan daardoor hoger of lager uitvallen. Bovendien heeft €100.000 over twintig jaar door inflatie waarschijnlijk minder koopkracht dan hetzelfde bedrag nu.
Het nut van zo'n scenario zit in de samenhang tussen doelbedrag, looptijd, inleg en aangenomen rendement. Door verschillende aannames naast elkaar te zetten, voorkomt u dat uw hele plan op één rendementsgetal rust.
Een nominaal doelbedrag is bovendien iets anders dan een doel in koopkracht. Als prijzen hypothetisch twintig jaar achtereen met 3% per jaar stijgen, kost iets dat vandaag €100.000 kost tegen die tijd circa €180.600. Wilt u met het toekomstige bedrag ongeveer dezelfde goederen en diensten kunnen betalen als nu voor €100.000, dan moet u het nominale doel dus mee laten groeien. Dat is een illustratie van inflatie, geen inflatieprognose of rendementsscenario. Het laat zien waarom de doeldefinitie vóór de keuze van een beleggingsproduct komt.
U kunt tegelijk voor verschillende doelen vermogen opbouwen. Geld dat u over vier jaar nodig heeft, heeft een andere functie dan vermogen dat pas over twintig jaar beschikbaar hoeft te zijn. Houd zulke doelen daarom administratief of mentaal uit elkaar en bepaal per doel de termijn, benodigde liquiditeit en ruimte voor verlies.
Als doelen met elkaar concurreren, helpt het om een harde einddatum apart te zetten van een wens die eventueel kan worden uitgesteld. Een studiebetaling die over drie jaar vaststaat, is moeilijk uitwisselbaar met een doel voor aanvullend vermogen over twintig jaar. Leg daarom per doel ook vast welk bedrag minimaal nodig is en welk deel flexibel is. Daarmee voorkomt u dat een gunstig rendementsscenario onopgemerkt verandert in een verplichte voorwaarde om een noodzakelijke rekening te kunnen betalen.
Is er niet genoeg financiële ruimte om alle doelen tegelijk te financieren, bepaal dan welke eerst komen. De noodzaak van het doel, de einddatum en de gevolgen als het bedrag niet wordt gehaald zijn daarvoor relevanter dan de wens om alles gelijktijdig op te bouwen. Zo voorkomt u dat een flexibel doel dezelfde ruimte opeist als een doel dat nauwelijks uitstel toelaat.
De volgende stap is uw beleggingshorizon bepalen. Daarna beoordeelt u uw risicoprofiel.