Een risicoprofiel brengt twee verschillende grenzen samen: hoeveel risico u wilt nemen en hoeveel verlies u financieel kunt dragen. Die grenzen kunnen uiteenlopen. U kunt koersdalingen emotioneel goed verdragen en het geld toch te snel nodig hebben. Andersom kunt u financieel veel verlies opvangen, maar bij forse schommelingen alsnog moeite hebben om uw plan vol te houden.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Risicobereidheid gaat over uw houding tegenover onzekerheid en verlies. Hoe reageert u als uw portefeuille tijdelijk sterk daalt? Kunt u uw plan blijven volgen als de uitkomst maanden of jaren tegenvalt?
Risicocapaciteit gaat over uw financiële draagkracht. Hoeveel verlies kunt u opvangen zonder dat noodzakelijke uitgaven, schulden, uw buffer of belangrijke doelen in gevaar komen? Daarbij spelen onder meer uw horizon, inkomsten, verplichtingen en behoefte aan liquiditeit een rol.
Ook de Europese regels voor beleggingsadvies en vermogensbeheer behandelen risicotolerantie en het vermogen om verliezen te dragen als afzonderlijke onderdelen. Voor zelfbeleggers is dat onderscheid eveneens nuttig.
Wilt u meer risico nemen dan uw financiële situatie toelaat, dan begrenst uw risicocapaciteit de ruimte. Is uw financiële capaciteit groter dan uw bereidheid, dan kan een theoretisch draagbaar risico in de praktijk toch moeilijk vol te houden zijn.
Aanbieders gebruiken termen als defensief, neutraal en offensief voor verschillende risiconiveaus. De precieze invulling verschilt per aanbieder. Profielnamen zijn niet overal hetzelfde; controleer welke risico-indeling en meetmethode de aanbieder gebruikt.
In klassieke profielvoorbeelden worden die labels vaak gekoppeld aan eenvoudige aandelen-/obligatiemixen. U kunt bijvoorbeeld de volgende indeling tegenkomen:
Dit zijn voorbeelden van een conventionele profielindeling, geen persoonlijk advies en geen universele definitie. Twee portefeuilles met dezelfde 50/50-verdeling kunnen bovendien een ander risico hebben door de gekozen aandelen, obligaties, looptijden, valuta, concentraties en andere kenmerken.
Sommige aanbieders onderscheiden meer gradaties, bijvoorbeeld zeer defensief of behoudend naast defensief, neutraal, offensief en zeer offensief. Die namen beschrijven doorgaans een oplopende bereidheid tot koersrisico, maar ze zijn geen landelijke norm met dezelfde gewichten en dezelfde verliesgrens. Een zeer defensieve voorbeeldportefeuille kan onder meer kortlopende obligaties bevatten; een offensieve portefeuille kan zwaarder op aandelen leunen. De precieze samenstelling en gevoeligheid hangen af van het gebruikte product en de aanbieder. Zelfs een zogenoemde defensieve portefeuille kan verlies lijden door rente-, krediet- of valutabewegingen.
Kijk daarom door de profielnaam heen. Een mix van 50% aandelen en 50% obligaties met langlopende, kredietgevoelige obligaties kan heel anders reageren dan dezelfde mix met kortlopende hoogwaardige obligaties. De labelkeuze vervangt geen beoordeling van het verlies dat uw concrete beleggingen kunnen veroorzaken.
Een profiel zegt meer wanneer u de onderliggende grenzen concreet maakt. Vragen die daarbij helpen zijn bijvoorbeeld:
Een scenario met bijvoorbeeld 10% of 20% verlies kan helpen om uw reactie concreter te maken. Zo'n percentage vormt geen universele grens tussen defensief en offensief.
Stel dat u €40.000 belegt, waarvan u over twee jaar in ieder geval €10.000 nodig heeft. Bij een hypothetische portefeuillebrede daling van 20% verliest u op papier €8.000. Of u die €8.000 mentaal kunt verdragen, is een andere vraag dan of u de noodzakelijke €10.000 dan nog op tijd vrij kunt maken. Heeft u daarnaast een voldoende buffer buiten de portefeuille, dan ziet dat financiële probleem er anders uit dan wanneer u vrijwel al uw liquide vermogen heeft belegd.
U kunt de beoordeling daarom in twee rondes doen. Kijk eerst financieel: welke betalingen staan vast, hoeveel kunt u apart houden, hoeveel verlies laat het plan nog toe en wat gebeurt er wanneer inkomensstromen tegenvallen? Kijk vervolgens naar gedrag: hoe reageert u op een forse tussentijdse daling en welke beslissingen zou u dan vermoedelijk nemen? Alleen wanneer beide kanten bij elkaar passen heeft een profiel praktische betekenis.
Voor beleggingsadvies en vermogensbeheer schrijft artikel 25 van MiFID II, zoals opgenomen in het ESMA Single Rulebook, bovendien voor dat ondernemingen de risicotolerantie en het vermogen verliezen te dragen afzonderlijk betrekken bij hun geschiktheidsbeoordeling. Voor zelfstandig beleggen is dit geen automatisch persoonlijk advies van de toezichthouder, maar een relevant onderscheid bij het bepalen van uw grenzen.
Een risicoprofiel ligt niet voor altijd vast. Een andere baan, hogere woonlasten, een naderend doel, een gezinsverandering of een kleinere buffer kan uw risicocapaciteit veranderen. Ook uw bereidheid om risico te nemen kan veranderen door ervaring of na een grote koersdaling.
Kijk daarom bij veranderingen opnieuw naar de onderliggende gegevens. Alleen opnieuw het label “neutraal” of “offensief” aankruisen zegt weinig als de financiële randvoorwaarden inmiddels anders zijn.
Voor een diepere uitwerking leest u Risicotolerantie & Risicocapaciteit. De vervolgstap voor de daadwerkelijke verdeling over beleggingscategorieën staat bij Asset Allocatie.