Een indextracker is een fonds of ander product met als doel de ontwikkeling van een gekozen index zo nauwkeurig mogelijk te volgen. In de praktijk wordt de term vooral voor indexfondsen en ETF's gebruikt, maar sommige indexgekoppelde gestructureerde producten hebben een andere juridische opbouw; daarvoor zijn de specifieke productvoorwaarden leidend. Dat klinkt eenvoudig. Toch zijn indextracker, ETF en indexfonds geen perfecte synoniemen.
Een ETF beschrijft vooral dat een fonds beursverhandeld is. Een indexfonds beschrijft dat het fonds een index volgt. Een ETF kan dus indexvolgend zijn, maar er bestaan ook actief beheerde ETF's. Omgekeerd kan een indexfonds niet-beursgenoteerd zijn.
Bekijk de geselecteerde aanbieders of onderzoek welke dienstverlening en functies u nodig hebt.
De keuzehulp helpt u uw uitvoeringswensen te ordenen.
De gekozen index bepaalt welke markt, sector, regio of factor de tracker probeert te volgen. Een indextracker is daarom niet automatisch breed gespreid.
Een wereldwijde aandelenindex kan veel landen en ondernemingen bevatten, terwijl een sectorindex juist sterk geconcentreerd kan zijn. De naam indextracker zegt dus niets over de kwaliteit van de spreiding zonder te weten welke index wordt gevolgd.
Voor de bredere fondsstructuur gaat u naar ETF's en Beleggingsfondsen.
Eenzelfde marktindex kan in verschillende rendementsvarianten worden gepubliceerd. Een price return-reeks meet vooral koersveranderingen. Een total return-reeks rekent ook met dividend of andere uitkeringen volgens de indexmethodologie; binnen die categorie kan de omgang met bronbelasting verschillen. Daarom is de uitspraak ‘mijn tracker bleef 0,5% achter op de index’ zonder nauwkeurig gekozen benchmark niet goed te beoordelen.
Lees in de fondsdocumentatie welke indexvariant als officiële benchmark geldt en vergelijk de resultaten over dezelfde begin- en einddatum, in dezelfde valuta. Een accumulerend fonds mag bijvoorbeeld niet zonder correctie op totaalrendement worden vergeleken met alleen de koersgrafiek van een index of met een uitkerende share class waarvan dividend buiten beeld blijft.
Het doel is doorgaans de index zo dicht mogelijk te benaderen. Het resultaat kan desondanks afwijken. Het verschil tussen tracker- en indexrendement wordt vaak tracking difference genoemd.
Die afwijking kan ontstaan door:
Tracking error beschrijft hoe sterk die afwijking door de tijd varieert. Tracking difference en tracking error zijn dus niet hetzelfde.
Stel dat een index op één dag 1% stijgt. Een goed volgende tracker kan die dag ongeveer dezelfde richting en orde van grootte laten zien, maar hoeft niet exact 1% te stijgen.
Kosten, waarderingsmomenten, dividendverwerking en uitvoering kunnen een verschil veroorzaken. Het voorbeeld laat dus het volgmechanisme zien, niet een garantie op identiek rendement.
Hetzelfde geldt bij dalingen: een tracker volgt de index ook omlaag.
Stel dat een relevante total-returnbenchmark over een jaar 8,0% behaalt en de corresponderende tracker netto 7,6% op dezelfde meetbasis. De tracking difference is dan −0,4 procentpunt. Het verschil kan voortkomen uit kosten, ingehouden bronbelasting, transacties, indexwijzigingen en andere fondsmechanismen. Het voorbeeld zegt niet dat iedere tracker jaarlijks precies 0,4 procentpunt achterblijft.
De jaarlijkse beweging van die afwijking is weer een andere maatstaf: tracking error. Een tracker kan gemiddeld dicht bij de benchmark uitkomen maar van maand tot maand behoorlijk afwijken. Voor een vergelijkbare conclusie moet u bovendien controleren of de gerapporteerde rendementen kosten, dividend en valuta op dezelfde manier behandelen.
Een indextracker kan de index op verschillende manieren volgen.
Bij volledige fysieke replicatie koopt het fonds in beginsel alle indexcomponenten volgens de gekozen methodiek. Bij sampling houdt het fonds een representatieve selectie aan. Bij synthetische replicatie wordt het indexrendement geheel of gedeeltelijk via derivaten, zoals swaps, verkregen.
Geen van deze methoden is automatisch beter dan de andere. Ze hebben verschillende kosten, tracking- en tegenpartijmechanismen.
Een beursgenoteerde indextracker kan gedurende handelsuren worden gekocht en verkocht tegen een marktprijs. Die marktprijs kan tijdelijk boven of onder de intrinsieke waarde van het fonds liggen.
Een niet-beursgenoteerd indexfonds wordt doorgaans op vaste waarderingsmomenten tegen een berekende fondswaarde verwerkt. Het precieze handels- en prijsmechanisme volgt uit de fondsvoorwaarden.
Dit verschil beïnvloedt onder meer orderuitvoering, spreads en timing, maar niet het basisidee van indexvolging.
De verschillen tussen een beurs-ETF en een niet-beursgenoteerd indexfonds worden vooral merkbaar bij het kopen en verkopen. Bij een ETF ziet u tijdens beursuren bied- en laatprijzen en kiest u een ordertype; u kunt tegen een andere koers handelen dan de berekende intrinsieke waarde. Een niet-beursgenoteerd indexfonds verwerkt een order veelal volgens een vaste waarderingsronde, mogelijk met een cut-offtijd, minimuminleg en eigen instap- of uitstapvoorwaarden.
Voor wie elke maand een klein bedrag wil beleggen, is het dus relevant of automatische aankopen beschikbaar zijn en wat de minimumorder en transactiekosten zijn. Wie juist intraday prijscontrole wil, heeft aan een beursnotering iets, maar moet ook het spread- en uitvoeringsrisico begrijpen. Een ‘indexfonds’ is niet automatisch goedkoper en een ‘ETF’ niet automatisch makkelijker: de productvoorwaarden en de gekozen aanbieder maken het verschil.
Bij een uitkerende tracker kunnen ontvangen inkomsten, zoals dividend of rente, aan beleggers worden uitgekeerd. Een accumulerende tracker herbelegt zulke inkomsten binnen het fonds volgens de fondsvoorwaarden.
Dat verandert niet welke index wordt gevolgd, maar wel hoe kasstromen voor de belegger zichtbaar worden.
Een tracker op de S&P 500 probeert de ontwikkeling van die specifieke index te volgen. In plaats van zelf alle onderliggende posities afzonderlijk te beheren, koopt u één fondsproduct met de gekozen indexblootstelling.
Daaruit volgt niet dat iedere indextracker dezelfde spreiding, kosten of risico's heeft. Een tracker op één sector, land, obligatiemarkt of factorindex kan een heel ander risicoprofiel hebben.
Een indextracker is niet per definitie breed gespreid: een index kan juist op één land, industrie of obligatiecategorie gericht zijn. Evenmin is ‘goedkoop’ af te lezen aan alleen de doorlopende fondskosten, en het feit dat een ETF vaak verhandelbaar is zegt nog niets over het verschil tussen bied- en laatprijs op uw ordermoment.
Vergelijk ten slotte niet zomaar een obligatie-indextracker met een losse obligatie. In een obligatiefonds wijzigen looptijden en samenstelling volgens de indexregels; bij één individuele obligatie spelen juist de specifieke voorwaarden, aflossing en het kredietrisico van die lening. Voor die productafweging hoort de uitgebreide uitleg thuis bij Obligaties, niet bij een universele rangorde ‘tracker of obligatie’.
Kijk minimaal naar:
Kosten zijn belangrijk, maar de laagste TER garandeert niet de beste indexvolging. De uiteindelijke uitkomst ontstaat uit de hele implementatie.
Voor de bredere keuze tussen actief en indexvolgend beleggen leest u Actief versus passief beleggen.