Een beleggingsfonds is een collectieve beleggingsportefeuille beheerd door een fondsbeheerder. Veel particuliere beleggers leggen geld in (“storten” in het fonds), en de fondsbeheerder stopt al dat geld in een uiteenlopende mix van effecten – dit kunnen aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen of combinaties daarvan zijn. In feite koopt u een stukje van zo’n grote mand met beleggingen. Het idee hierachter is dat beleggers via een fonds makkelijk kunnen spreiden en profiteren van professionele beheerders, zonder zelf alle onderliggende stukken te hoeven kopen of analyseren. U ontvangt participaties (aandelen in het fonds) die dagelijks een bepaalde intrinsieke waarde hebben op basis van de onderliggende beleggingen. Als die beleggingen in waarde stijgen, wordt uw fondsdeel meer waard; als ze dalen, lijdt u verlies. Vaak keren fondsen ook dividend uit als er inkomsten zijn (rente, dividend van hun beleggingen, etc.), tenzij het fondstype dat herbelegt.
Beleggingsfondsen kunnen actief beheerd of passief beheerd zijn. Actieve fondsen hebben een beheerder of team dat actief beslist welke beleggingen in het fonds komen, met als doel de markt of een benchmark-index te verslaan. Passieve fondsen (ook wel indexfondsen, zie 2.3) hebben als doel een bepaalde index te volgen en maken geen individuele keuzes – ze zijn als het ware de index. Het verschil in aanpak heeft grote gevolgen voor de kosten en vaak het rendement. Actieve fondsen brengen hogere beheerkosten in rekening (meestal 1–2% per jaar) vanwege het research- en managementwerk. Daarnaast rekenen sommige actieve fondsen prestatievergoedingen of instap-/uitstapkosten. Passieve fondsen hebben daarentegen lage kosten (soms <0,5%) omdat er weinig hoeft te worden besloten – men volgt gewoon een vaste index. Zoals eerder genoemd, weten maar weinig actieve fondsen na kosten de markt structureel te verslaan. Dat betekent dat voor veel beleggers een goedkoop indexfonds beter rendeert dan een duur actief fonds, tenzij u er eentje weet te kiezen die het uitzonderlijk goed zal doen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: er bestaan actieve fondsen die over lange periodes topresultaten halen, maar die zijn zeldzaam en vaak lastig van tevoren te identificeren.
Een ETF ís eigenlijk ook een (passief) beleggingsfonds, maar het onderscheid zit in de verhandeling en vaak kostenstructuur. Gewone beleggingsfondsen koopt u meestal direct bij de aanbieder of via uw bank/broker tegen de intrinsieke waarde aan het einde van de dag. U geeft bijvoorbeeld een aankooporder voor €1000 in en krijgt participaties tegen de koers van die avond. ETF’s daarentegen koopt u op de beurs tegen de prijs van dat moment, die voortdurend schommelt. Dat maakt ETF’s flexibeler in handelen (intraday) en vaak nog iets goedkoper. Klassieke fondsen (denk aan ING-fondsen, Robeco-fondsen, etc.) zijn soms actief, soms passief. Een indexfonds bij bijvoorbeeld Vanguard of Northern Trust kan net zo goedkoop zijn als een ETF. Het verschil is dus subtiel. Samenvattend: een passief indexfonds en een ETF zijn vergelijkbaar qua inhoud; het echte verschil is actief (duur, probeert te sturen) versus passief (goedkoop, volgt markt).
Beleggingsfondsen – actief of passief – kunnen vooral handig zijn als u zelf niet de tijd, kennis of zin heeft om een eigen selectie aandelen of obligaties te maken. Met één fonds krijgt u een kant-en-klare spreiding. Zeker voor kleinere bedragen kan het efficiënt zijn; als u €100 per maand investeert, kunt u beter één fonds kopen dan proberen dat over 10 aandelen te verspreiden (met bijbehorende transactiekosten). Actief beheerde fondsen kunnen interessant zijn in markten waar u zelf weinig kijk op heeft, of die moeilijk toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld een opkomende landen aandelenfonds of een gespecialieerd vastgoedfonds kan waarde toevoegen omdat de beheerders ter plaatse kennis hebben die u niet heeft. Of stel, u wilt beleggen in hoogrentende bedrijfsobligaties, dan kan een goed obligatiefonds de risico’s beter inschatten dan wanneer u zelf een paar willekeurige “junk bonds” kiest.
Een mixfonds (of gemengd fonds) is ook een optie: dat is een beleggingsfonds dat zelf al een verdeling aanhoudt over aandelen, obligaties en andere categorieën. U krijgt dan een totaalportefeuille in miniatuurvorm. Dit is vergelijkbaar met wat men in de VS “balanced funds” noemt. Vaak bieden banken defensieve, neutrale en offensieve mixfondsen aan. Het voordeel is ultiem gemak – u hoeft zelf niets te doen aan spreiding of herbalanceren. Nadeel is dat de kosten dubbel kunnen zijn (fonds zelf plus de onderliggende fondsen) en u minder controle heeft over de precieze invulling.
Concluderend zijn beleggingsfondsen vooral aantrekkelijk voor wie gemak zoekt of toegang wil tot een breed mandje in één keer. Als u wel de tijd en vaardigheid heeft, kunt u met losse aandelen/ETF’s vaak iets goedkoper uit zijn en specifieker uw portefeuille vormgeven. Veel beleggers gebruiken een combinatie: bijvoorbeeld een wereld ETF voor het kern-gedeelte en een actief fonds voor een niche die ze interessant vinden.