Een deposito, ook wel termijndeposito genoemd, is geld dat u voor een afgesproken periode bij een bank vastzet. In ruil daarvoor spreekt u vooraf een rentevergoeding af. Het is daarmee een bankdeposito, geen obligatie of ander beleggingsproduct.
De keuze gaat verder dan alleen het aangeboden rentepercentage. Hoeveel geld kunt u vastzetten zonder dat u het onderweg nodig hebt? Wanneer ontvangt u de rente, kunt u vroegtijdig opnemen en onder welk garantiestelsel valt de bank? Die voorwaarden kunnen meer verschil maken dan enkele tienden procent rente.
Bij aanvang spreekt u met de bank af hoe lang het geld wordt vastgezet en welke rente daarbij hoort. De precieze looptijden verschillen per aanbieder en product. Er bestaat daarom geen universele looptijd of rente die bij een deposito hoort.
Een vaste rente betekent dat de afgesproken nominale rente tijdens de looptijd niet meebeweegt met nieuwe marktrentes. Dat kan gunstig of ongunstig uitpakken. Stijgt de marktrente nadat u het deposito heeft geopend, dan profiteert uw bestaande deposito daar niet automatisch van. Daalt de marktrente, dan blijft de afgesproken rente juist volgens de voorwaarden staan.
Een rente van 2,5% per jaar betekent niet altijd dat u bij elk deposito automatisch ieder jaar een bedrag op uw rekening krijgt. Sommige banken betalen rente jaarlijks uit, andere aan het einde van de looptijd. Ook kan de manier waarop de bank rente berekent en eventueel bijschrijft verschillen. De uitbetaling en de berekeningsbasis staan in de voorwaarden.
Stel dat u €10.000 voor twee jaar vastzet tegen een vaste jaarlijkse rente van 2,5%, waarbij de bank de rente jaarlijks uitkeert en er geen rente-op-rente ontstaat. Dan ontvangt u in dit zuiver illustratieve voorbeeld €250 per jaar, samen €500 bruto. Wordt de rente bijgeschreven en daarna zelf opnieuw vergoed, dan kan de uitkomst anders zijn. Het voorbeeld is geen actuele aanbieding en houdt geen rekening met eventuele belastingen.
Kijk ook naar de minimuminleg, maximumbedragen en de mogelijkheid om meerdere deposito's met verschillende einddatums te openen. Minimale inleggen en productvoorwaarden verschillen per bank.
Bij een vrij opneembare spaarrekening kunt u meestal eenvoudiger over uw geld beschikken. Bij een deposito is tussentijdse opname vaak beperkt, uitgesloten of alleen mogelijk onder bepaalde voorwaarden.
Die voorwaarden verschillen. Een bank kan bijvoorbeeld een vergoeding of boete rekenen, uitzonderingen toestaan bij specifieke gebeurtenissen of tussentijdse opname helemaal niet aanbieden. Controleer daarom vóór opening wat er gebeurt als u het geld eerder nodig heeft.
Juist die beperkte toegang tot uw geld maakt een deposito iets anders dan simpelweg een spaarrekening met 'meer rente'.
De voorwaarden bij voortijdig opnemen kunnen in euro's zwaar wegen. Stel dat u €20.000 vastzet voor drie jaar en na één jaar onverwacht een grote uitgave krijgt. Als de bank helemaal geen voortijdige opname toestaat, moet u het geld elders vinden of een andere vermogensbron aanspreken. Als de bank wel vervroegde beëindiging toestaat tegen renteverlies, kan uw werkelijke opbrengst veel lager zijn dan het geadverteerde percentage.
Controleer of opname bij bijzondere gebeurtenissen, zoals overlijden, arbeidsongeschiktheid of verhuizing, anders wordt behandeld; zulke uitzonderingen zijn niet universeel. Ook kan een zogenoemd flexibel deposito specifieke voorwaarden hebben. Een langere looptijd is alleen zinvol als de termijn past bij het moment waarop u het geld denkt nodig te hebben.
Een in aanmerking komend termijndeposito bij een Nederlandse bank valt onder de Nederlandse Depositogarantie. De huidige wettelijke grens is €100.000 per persoon per bank voor het totaal van de beschermde tegoeden bij die bank.
Heeft u daarnaast een betaal- of spaarrekening bij dezelfde bank, dan worden die beschermde tegoeden voor deze grens bij elkaar opgeteld. Ook verschillende merknamen kunnen onder dezelfde bankvergunning vallen.
Bij een deposito bij een buitenlandse EU-bank geldt doorgaans het garantiestelsel van het land waar de bank haar vergunning heeft. Kijk daarom naar de juridische bank en niet alleen naar het merk of platform waarmee u het deposito opent.
Een vaste rente voorkomt geen koopkrachtverlies. Als de inflatie hoger uitkomt dan uw netto rente, kan de reële waarde van het geld tijdens de looptijd afnemen.
Daarnaast ontstaat herbeleggingsrisico aan het einde van de looptijd: wanneer het deposito afloopt, weet u niet tegen welke rente u het geld daarna opnieuw kunt wegzetten.
Ook is er een liquiditeitsafweging. Geld dat u onverwacht nodig kunt hebben, kan ongeschikt zijn om lang vast te zetten als de productvoorwaarden tussentijdse opname beperken.
Een regulier bankdeposito hoeft u niet via een broker te kopen. U opent het bij een bank of via een platform dat toegang geeft tot deposito's van banken. Dat is juridisch iets anders dan het kopen van een obligatie of fonds via een effectenrekening.
Controleer bij een platform daarom altijd bij welke bank het geld uiteindelijk staat en welk depositogarantiestelsel op dat banktegoed van toepassing is.
Bij een groter bedrag kunt u ervoor kiezen niet alles op één einddatum vast te zetten. Een mogelijke indeling is bijvoorbeeld drie deposito's die na één, twee en drie jaar aflopen. Daardoor komt elk jaar een deel van het geld vrij. Die spreiding van einddatums wordt vaak een depositoladder genoemd.
Een ladder maakt het totale bedrag echter niet meteen opneembaar. Bovendien kan de rente voor een nieuw deposito bij afloop inmiddels lager zijn. Spreiden over verschillende banken kan daarnaast relevant zijn wanneer het gezamenlijke tegoed bij één bank boven de depositogarantiegrens zou uitkomen. De ladder en de spreiding over banken lossen dus verschillende problemen op.
Het sluitstuk van de vergelijking is de bankvergunning. Bij een spaarplatform ziet u mogelijk verschillende merken en producten, maar het gaat voor het garantiestelsel om de juridische bank die uw deposito aanhoudt. Het informatieblad depositogarantiestelsel van de bank helpt die relatie te controleren.
Het verschil draait vooral om flexibiliteit en rentezekerheid.
Bij een spaarrekening is de rente doorgaans variabel en is het geld meestal flexibeler opneembaar. Bij een deposito ligt de rente voor de afgesproken looptijd vast, maar is uw toegang tot het geld beperkter.
Welke vorm beter aansluit, hangt vooral af van wanneer u het geld nodig kunt hebben en hoeveel flexibiliteit u wilt behouden. Voor de bredere bufferafweging gaat u naar Noodfonds en schulden.
Vergelijk bij gelijke inleg de verwachte bruto rente in euro's over de hele looptijd, niet alleen het geadverteerde jaarpercentage. Controleer vervolgens de exacte begindatum, einddatum, rente-uitbetaling, vervroegde-opnamevoorwaarden en het moment waarop het geld weer op uw betaal- of spaarrekening staat.
Een deposito past vooral bij geld waarvan u de bestedingsdatum redelijk kunt voorspellen. Voor een direct beschikbare noodbuffer geeft een vrij opneembare rekening doorgaans meer praktische ruimte, ook wanneer de rente lager is.