Risico bij beleggen is breder dan de kans op een koersdaling en ook breder dan volatiliteit. Een belegging kan weinig dagelijkse koersschommelingen laten zien en toch krediet-, liquiditeits-, concentratie- of tegenpartijrisico bevatten. Omgekeerd kan een beweeglijke belegging binnen een portefeuille bewust worden aangehouden zonder dat iedere koersuitslag een permanent verlies betekent.
Volatiliteit, bèta en een risk/reward-verhouding zijn daarom hulpmiddelen, geen complete risicodefinitie. Ze beschrijven een bepaald aspect van onzekerheid, maar vervangen geen analyse van het product, de portefeuille en uw financiële situatie.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Volatiliteit beschrijft hoe sterk rendementen of prijzen in een gemeten periode rond hun gemiddelde bewegen. Een hogere historische volatiliteit betekent dat de waargenomen uitslagen groter waren.
Daaruit volgt niet automatisch hoeveel u in de toekomst kunt verliezen. Volatiliteit zegt bijvoorbeeld weinig over kredietkwaliteit, verkoopbaarheid of de juridische structuur van een product.
Zie volatiliteit daarom als één meetlaag, niet als synoniem voor risico.
Bèta vergelijkt de historische beweging van een belegging met die van een gekozen marktbenchmark.
Een bèta rond 1 betekent dat de gemeten gevoeligheid in de gebruikte historische dataset ongeveer in lijn lag met die benchmark. Een bèta boven 1 wijst in die meting op een grotere gevoeligheid; een bèta onder 1 op een kleinere.
Dat is geen vaste eigenschap of voorspelling. De uitkomst hangt af van onder meer de gekozen benchmark, meetperiode en marktregime. Bèta zegt bovendien niets rechtstreeks over kredietrisico, liquiditeit of de juridische productstructuur.
Ook bèta vraagt die voorzichtigheid. Een bèta van bijvoorbeeld 1,3 is een historische statistische gevoeligheid ten opzichte van een gekozen marktindex binnen een bepaalde meetperiode. Dat is geen contractuele toezegging dat een positie exact 13% daalt wanneer de index 10% verliest. Kies dus eerst welk risico u onderzoekt voordat u de maatstaf gebruikt.
Een risk/reward-verhouding vergelijkt een vooraf gedefinieerd mogelijk verlies met een vooraf gekozen mogelijke opbrengst. Het is vooral een scenario- of planningsmaatstaf.
Neem een fictieve transactie waarbij iemand bij €100 koopt, rond €95 een verkoop zou overwegen en op €110 hoopt. De geplande koersruimte is dan €10 omhoog tegenover €5 omlaag, oftewel een verhouding van mogelijk verlies tot mogelijke opbrengst van 1:2 vóór kosten. Die verhouding zegt niets over de kans dat €110 wordt bereikt, noch of een uitstap bij €95 daadwerkelijk tegen €95 uitvoerbaar is.
Stel dat u in een handelsplan €100 verliesruimte tegenover €200 mogelijke opbrengst zet. Dan is de verhouding verlies tot mogelijke opbrengst 1:2.
Die 1:2 zegt op zichzelf niets over de kans dat de winst of het verlies wordt bereikt. Zonder kansverdeling, uitvoeringskosten, slippage en andere uitkomsten bewijst zo'n verhouding dus geen positieve verwachting.
Bij langetermijnbeleggen is één vaste risk/reward-ratio bovendien vaak minder bruikbaar dan bij een concreet handelsplan met vooraf bepaalde niveaus.
Ook eenvoudige rekenkunde helpt om verlies beter te duiden.
Daalt een waarde van €100 naar €80, dan is dat een verlies van 20%. Om daarna van €80 weer naar €100 te stijgen is 25% rendement nodig.
Daalt de waarde van €100 naar €50, dan is het verlies 50% en is vervolgens 100% stijging nodig om weer op €100 uit te komen.
Deze rekensommen zijn geen voorspellingen over herstel. Ze laten alleen zien dat procentuele dalingen en stijgingen vanaf verschillende uitgangswaarden niet symmetrisch zijn.
Voor historische verliesdiepte en hersteltijd leest u Maximum Drawdown & Recovery Time.
Een aandeel kan bijvoorbeeld marktrisico én ondernemingsspecifiek risico hebben. Een obligatie kan rente- en kredietrisico combineren. Een fonds kan concentratie- of liquiditeitsrisico bevatten. Een derivaat kan daar hefboom- en tegenpartijrisico aan toevoegen.
Welke maatstaf nuttig is, hangt daarom af van het mechanisme dat u probeert te begrijpen.
Voor productspecifieke documentatie en gestandaardiseerde indicatoren gaat u naar Risicobeoordeling van Beleggingsproducten. Voor de portefeuillecontext gaat u naar Structureel Risicobeheer.
Een risicomaatstaf krijgt pas betekenis wanneer duidelijk is welke vraag hij beantwoordt.