Een portefeuille blijft niet vanzelf in dezelfde verhouding staan. Aandelen, obligaties en andere beleggingen ontwikkelen zich verschillend, waardoor de werkelijke gewichten na verloop van tijd kunnen afwijken van uw asset allocatie. Die verschuiving heet portfolio drift.
Herbalanceren brengt de portefeuille volgens vooraf gekozen regels terug richting de doelverdeling. De belangrijkste functie is niet het voorspellen van koersen, maar voorkomen dat marktbewegingen ongemerkt een andere risicomix creëren dan u had gekozen.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Stel dat u begint met 60% aandelen en 40% obligaties. Na een lange periode waarin aandelen veel sterker stijgen kan de verhouding bijvoorbeeld verschuiven naar 80% aandelen en 20% obligaties.
U heeft niets nieuws gekocht, maar uw blootstelling aan aandelenmarktrisico is wel toegenomen. Door te herbalanceren kunt u de portefeuille terugbrengen richting 60/40.
Een gewicht van 80% zegt op zichzelf niet dat aandelen ‘te duur’ zijn of dat een correctie nabij is. De reden voor de ingreep is de afwijking van uw gekozen risicokader, niet een voorspelling van het volgende beursmoment.
Een kleinere verschuiving laat de uitvoering zien. Begin met €60.000 aandelen en €40.000 obligaties. Stel dat alleen de aandelen met 25% stijgen: dan bedraagt de totale waarde €115.000 en het aandelengewicht circa 65,2%. Om precies naar 60/40 terug te keren, moet het aandelenbedrag naar €69.000 en het obligatiebedrag naar €46.000. Dat kan in dit vereenvoudigde voorbeeld door €6.000 tussen de categorieën te verplaatsen, vóór transactiekosten en eventuele belastingen. Niet iedere afwijking hoeft meteen zo te worden hersteld: uw eigen grens en uitvoering bepalen of en wanneer handelen zinvol is.
Bij herbalanceren verkoopt u soms een deel van een categorie die relatief sterk is gestegen en voegt u toe aan een categorie die achterbleef. Dat kan achteraf lijken op ‘hoog verkopen en laag kopen’, maar een recente koersbeweging vertelt niet automatisch of iets intrinsiek duur of goedkoop is.
Een sterke stijger kan verder stijgen. Een achterblijver kan verder dalen. Herbalanceren probeert dat niet te voorspellen.
Het mechanisme is eenvoudiger: de gewichten worden teruggebracht naar de verhouding die past bij uw plan. Daarmee voorkomt u ook dat concentratierisico ongemerkt verder oploopt.
Bij kalendergedreven herbalanceren bekijkt u de portefeuille op vooraf gekozen momenten, bijvoorbeeld jaarlijks of halfjaarlijks. Als de verdeling voldoende is afgeweken, stuurt u haar terug richting het doel.
Het voordeel is eenvoud. U hoeft niet voortdurend naar de markt te kijken en het controlemoment staat los van de emotie van een dagelijkse koersbeweging.
De keerzijde is dat een forse daling en een herstel tussen twee meetmomenten kunnen plaatsvinden. Dat betekent niet dat u daardoor automatisch een winstkans heeft ‘gemist’. U heeft simpelweg gekozen voor een minder frequente controle.
Bij drempel- of bandbreedteherbalancering grijpt u in wanneer een gewicht een vooraf vastgelegde grens overschrijdt. U kunt bijvoorbeeld afspreken om te beoordelen of actie nodig is zodra een activaklasse enkele procentpunten van haar doelgewicht afwijkt.
Een grens van 5 procentpunt kan als voorbeeld dienen, maar is geen universele norm. Smalle bandbreedtes kunnen vaker tot transacties leiden; brede bandbreedtes laten meer drift toe.
Ook deze methode koopt niet automatisch op het dieptepunt van een marktcorrectie. Zij reageert alleen op een verschoven gewicht.
Herbalanceren hoeft niet altijd door bestaande posities te verkopen. U kunt nieuwe inleg, dividend of rente toewijzen aan onderdelen die onder hun doelgewicht liggen.
Dat kan het aantal verkooptransacties en bepaalde kosten of fiscale gevolgen beperken. Het maakt de uitvoering niet automatisch kosteloos: aankopen kunnen nog steeds spreads, transactiekosten, valutakosten of andere frictie veroorzaken.
Voor die bredere uitvoeringslaag leest u verder bij Kostenbeheersing in beleggen.
Wie periodiek geld stort kan eerst berekenen hoeveel van het bedrag nodig is voor categorieën die achterblijven. Daardoor kunnen sommige transacties achterwege blijven. Is de afwijking echter groot in verhouding tot de nieuwe inleg, dan is een volledige terugkeer naar het doel via nieuwe stortingen alleen mogelijk na langere tijd of met een grotere extra inleg. Zo moet 'herbalanceren via cashflows' worden gezien als een uitvoeringsoptie, niet als frictievrije oplossing.
Er bestaat geen frequentie die voor iedere portefeuille optimaal is. U weegt allocatiedrift af tegen transactiekosten, belastingen, administratieve lasten en handelsfrequentie.
Bij periodieke inleg kan een eenvoudige portefeuille soms lange tijd via nieuwe geldstromen worden bijgestuurd. Een complexere portefeuille kan eerder baat hebben bij expliciete bandbreedtes. Het belangrijkste is dat uw regels vooraf duidelijk genoeg zijn om te voorkomen dat iedere marktbeweging een nieuwe ad-hocbeslissing wordt.
Herbalanceren kan het uiteindelijke rendement beïnvloeden, omdat u gewichten en transactiemomenten verandert. In sommige marktpatronen pakt dat gunstig uit; in andere loopt een herbalanceerde portefeuille achter bij een portefeuille die sterke stijgers laat doorlopen.
‘Rendement verhogen’ is daarom geen betrouwbare hoofdreden om te herbalanceren. De verdedigbare kern is het beheersen van allocatiedrift en het consequent uitvoeren van uw structureel risicobeheer.