Voordat u gaat beleggen, moet duidelijk zijn welk deel van uw vermogen al een andere bestemming heeft. Geld voor onverwachte uitgaven, vaste verplichtingen of een voorzienbare grote rekening hoort niet vanzelf in dezelfde pot als vermogen dat langere tijd kan blijven staan.
Uw buffer en schuldenpositie zijn daarom geen losse voorbereiding op beleggen. Ze bepalen rechtstreeks hoeveel verlies en tijdelijke onbeschikbaarheid u financieel kunt opvangen.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Een financiële buffer is bedoeld voor noodzakelijke uitgaven die onverwacht of onregelmatig kunnen ontstaan. Denk aan een kapotte auto of wasmachine, onderhoud aan uw woning of een andere onverwachte noodzakelijke rekening. Voor inkomensterugval kan daarnaast een aparte reserve nodig zijn; de Nibud BufferBerekenaar neemt werkloosheid en arbeidsongeschiktheid niet mee in de Adviesbuffer.
Als al uw vrije geld belegd is, kan zo'n uitgave u dwingen beleggingen te verkopen terwijl de markt juist laag staat. Het probleem is dan niet alleen de koersdaling. U mist vooral de vrijheid om met verkopen te wachten.
De AFM benadrukt daarom dat u moet beleggen met geld dat u langere tijd kunt missen en voldoende spaargeld als buffer moet aanhouden.
Als eerste oriëntatie wordt vaak drie tot zes maanden aan noodzakelijke uitgaven genoemd. Dat kan een bruikbare orde van grootte zijn, maar het is geen vaste norm.
Een huishouden met twee stabiele inkomens, weinig vaste verplichtingen en een huurwoning heeft een andere bufferbehoefte dan een zzp'er met wisselende inkomsten, een auto en een koopwoning. Het Nibud gebruikt daarom geen één vast maandenaantal voor iedereen. De BufferBerekenaar bouwt een adviesbuffer op uit de kenmerken en verwachte grotere uitgaven van het huishouden.
Zie drie tot zes maanden dus als illustratieve vuistregel en toets het bedrag vervolgens aan uw eigen situatie.
De Nibud BufferBerekenaar geeft inzicht in de opbouw van de adviesbuffer voor onder meer onverwacht onderhoud en vervanging. De toelichting maakt ook duidelijk dat werkloosheid of arbeidsongeschiktheid niet automatisch in die adviesbuffer zijn opgenomen. Als uw inkomen onzeker is, moet u die tweede behoefte dus afzonderlijk beoordelen. Het resultaat van zo'n berekening is een vertrekpunt voor uw eigen financiële situatie, niet meteen een bedrag dat u zonder bezwaar kunt beleggen.
Stel dat uw huishouden ongeveer €2.000 per maand nodig heeft voor de noodzakelijke uitgaven.
Dit is alleen een rekenscenario. Het betekent niet dat €6.000 of €12.000 voor uw huishouden het juiste bufferbedrag is. Een eigen woning, auto, onzeker inkomen, gezinsgrootte en reeds voorziene uitgaven kunnen de benodigde reserve sterk veranderen.
Heeft u al €3.000 beschikbaar, dan hoeft u uiteraard niet opnieuw vanaf nul te beginnen. Het doel is niet om een mooi rond bedrag te halen, maar om te voorkomen dat normale financiële tegenvallers direct uw langetermijnbeleggingen raken.
Bij schulden telt vooral wat de schuld u werkelijk kost, hoe zeker die kosten zijn en hoeveel ruimte de aflossingen in uw budget innemen.
Bij consumptieve schulden met een hoge rente kan extra aflossen financieel zeer aantrekkelijk zijn, omdat u daarmee toekomstige rentelasten voorkomt. Vergelijk dat echter niet te gemakkelijk met een 'gegarandeerd beleggingsrendement'. De uitkomst hangt onder meer af van de rentevoorwaarden, eventuele afloskosten, belastingen en de liquiditeit die u opgeeft wanneer u geld in aflossing vastzet.
Een vaste regel als 'boven 5% of 6% altijd eerst aflossen' is daarom te grof. Vergelijk de daadwerkelijke effectieve kosten van de schuld en kijk tegelijk wat extra aflossen met uw buffer doet.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het verschil in zekerheid zichtbaar. Een openstaande consumptieve schuld van €2.500 tegen een effectieve rente van 12% kost, als u voor dit rekenjaar een ongewijzigd saldo en rente veronderstelt, €300 aan rente. Dat is een contractuele last onder die aannames. Een belegging die mogelijk 12% oplevert, heeft daarentegen geen verzekerd resultaat en kan ook geld verliezen. Bij de afweging om af te lossen spelen vervolgens wel de werkelijke voorwaarden, een eventuele boete en het geld dat u als buffer nodig houdt een rol.
Niet iedere schuld heeft dezelfde rente, looptijd, flexibiliteit of fiscale behandeling. Een hypotheek, studieschuld en persoonlijke lening horen daarom niet automatisch in dezelfde categorie.
Bij een langlopende schuld met relatief lage lasten kan tegelijk sparen of beleggen verdedigbaar zijn. In een andere situatie kan extra aflossen juist meer financiële ruimte of risicocapaciteit opleveren. De nuttige vergelijking is daarom niet 'schuld of beleggen?' in het algemeen, maar:
Geld lenen om te beleggen vergroot de gevolgen van een tegenvallende markt. Uw belegging kan dalen terwijl de schuld en rentelasten blijven bestaan. Bij bepaalde vormen van margin of effectenkrediet kan bovendien gedwongen verkoop optreden wanneer het onderpand onvoldoende wordt.
Dat is iets anders dan beleggen terwijl u óók een bestaande hypotheek of studieschuld heeft. De relevante vraag is welke verplichting tegenover het beleggingsvermogen staat en of een verlies uw financiële positie kan aantasten.
Geleend geld hoort daarom niet stilzwijgend als gewone 'beleggingsruimte' te worden behandeld.
Heeft u een passende buffer, zijn uw verplichtingen draagbaar en weet u welk geld langere tijd beschikbaar blijft, dan kunt u door naar de volgende stap: kies de juiste beleggingsproducten.
Wilt u eerst uw totale financiële ruimte nogmaals nalopen, ga dan terug naar Bepaal uw financiële situatie.