Bij buitenlandse beleggingen kan uw rendement uit twee bewegingen bestaan: de ontwikkeling van de belegging zelf en de verandering van de relevante wisselkoers tegenover de euro. Een vreemde munt kan uw rendement versterken, maar ook afzwakken.
Dat maakt valuta onderdeel van marktrisico. Toch is “buitenlands aandeel = één-op-één valutarisico” te simpel. Noteringsvaluta, onderliggende activa, omzet- en kostenstromen en eventuele afdekking bepalen samen wat werkelijk doorwerkt.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Stel dat een Amerikaans aandeel in dollars 10% stijgt en de dollar tegelijkertijd 10% daalt tegenover de euro.
Het euroresultaat is dan niet exact 0%. De twee rendementen worden vermenigvuldigd:
1,10 × 0,90 = 0,99.
U eindigt in dit voorbeeld ongeveer 1% lager.
Stijgen zowel het aandeel als de dollar met 10%, dan wordt het gecombineerde resultaat ongeveer 21%: 1,10 × 1,10 = 1,21.
Juist daarom kunt u lokale koersprestatie en valuta-effect niet als twee losse percentages optellen.
Neem ook het omgekeerde scenario. Stijgt een buitenlandse belegging 15% in haar lokale munt terwijl die munt 8% in euro's gemeten verzwakt, dan bedraagt het euroresultaat vóór kosten 1,15 × 0,92 − 1 = 5,8%. Zelfs een forse lokale koersstijging geeft dan slechts een bescheiden euro-opbrengst. De manier waarop de valutaquote is gedefinieerd, bepaalt welke wisselkoersverandering u in de formule invoert.
De waarde die bij verkoop werkelijk op de rekening terugkomt kan daarnaast worden beïnvloed door de omrekenkoers en valutamarge van de aanbieder. Bij een afgedekte fondsvariant moet u ook controleren welke valuta het fonds afdekt, hoe vaak de hedge wordt aangepast en welke kosten en trackingverschillen overblijven. De handelsvaluta van de beursnotering geeft op zichzelf geen antwoord op die vragen.
Een aandeel dat in euro’s noteert kan toch gevoelig zijn voor vreemde valuta. Een Europese multinational kan veel omzet, kosten, schulden of activa in dollars, ponden of andere munten hebben.
Omgekeerd betekent een dollar-notering niet dat iedere EUR/USD-beweging rechtstreeks in dezelfde verhouding in de ondernemingswaarde terechtkomt. Internationale bedrijven hebben vaak kasstromen in meerdere valuta die elkaar gedeeltelijk kunnen compenseren.
Kijk daarom niet alleen naar het valutateken naast de beurskoers. De relevante vraag is welke valuta uiteindelijk in de kasstromen en in uw waarde in euro’s doorwerken.
Investor.gov wijst erop dat wisselkoersveranderingen het rendement van buitenlandse beleggingen in de thuisvaluta zowel kunnen verhogen als verlagen. Een belegging kan lokaal winst maken en na omrekening toch minder waard zijn.
Dat maakt valuta-exposure niet automatisch ongewenst. Een vreemde munt kan in sommige perioden extra volatiliteit toevoegen en in andere juist dempend werken wanneer de euro verzwakt.
Valuta is dus een risicobron om bewust mee om te gaan, niet per definitie een tweede speculatie die altijd moet worden verwijderd.
Een valuta-afgedekte belegging gebruikt doorgaans termijncontracten of vergelijkbare valutatransacties om de directe wisselkoersimpact tegenover de basisvaluta te beperken.
Ook bij een volledige hedge kan restverschil blijven bestaan door veranderende portefeuillewaarden, timing en uitvoering. Bovendien beïnvloedt de hedge zelf het rendement. Forwardprijzen verwerken onder meer renteverschillen tussen valutagebieden; daarnaast kunnen spreads, transactiekosten en tracking een rol spelen.
Een hedge is dus geen gratis verzekering, maar ook niet simpelweg een vaste jaarlijkse kostenpost. Het hedge-resultaat kan positief of negatief bijdragen.
De techniek zelf staat uitgebreider bij Hedging-strategieën.
Bij internationale obligaties kan valutavolatiliteit groot zijn tegenover het relatief beperkte obligatierendement. Daarom wordt valuta-afdekking vaak gebruikt om het vastrentende karakter van een internationale obligatieportefeuille beter te behouden.
Bij aandelen is de keuze minder eenduidig. Het effect van afdekken verschilt per markt, periode en thuisvaluta. MSCI-analyse onderstreept dat er geen universeel optimale hedge-ratio bestaat.
Daarom is “aandelen nooit hedgen, obligaties altijd hedgen” te absoluut. De functie van de belegging in uw portefeuille en het risico dat u bewust wilt dragen zijn bepalender.
Valutarisico hoort samen met asset allocatie en correlatie en covariantie te worden beoordeeld.
Breng daarom in kaart welke valuta direct en indirect in uw portefeuille zitten, welke blootstelling bewust is ontstaan, welk deel van uw vermogen stabiliteit moet bieden en welke kosten of neveneffecten een hedge kan hebben.
Zo wordt valuta geen verborgen laag onder het rendement, maar een expliciete portefeuilleblootstelling.