Bij een directe short sale verkoopt u een aandeel dat u niet bezit en voor levering leent. Later moet u equivalente aandelen terugkopen en aan de uitlener teruggeven. Daalt de koers, dan kan dat winst opleveren; stijgt de koers, dan ontstaat verlies.
Short selling wordt ook gebruikt voor hedging en liquiditeitsverschaffing. Het is daarom niet uitsluitend een weddenschap op een faillissement. De constructie heeft wel een wezenlijk ander verliesprofiel dan een gewone longpositie.
Ontdek welke dienstverlening en mogelijkheden u nodig hebt voordat u een broker kiest.
Koopt u een aandeel zonder hefboom, dan kan de beurskoers niet lager dan nul. Het verlies op die specifieke positie is daardoor in beginsel begrensd tot het ingelegde bedrag.
Bij een directe shortpositie ligt de asymmetrie anders. Als het aandeel vanaf uw verkoopprijs naar nul daalt, is de maximale koerswinst ongeveer 100% van de oorspronkelijke shortverkoopprijs, vóór kosten. Stijgt het aandeel daarentegen, dan bestaat er theoretisch geen vaste bovengrens aan de koers en dus ook niet aan het koersverlies op de short.
Dat betekent niet dat iedere shortpositie praktisch onbeperkt kan blijven openstaan. Marginregels, borrow-beschikbaarheid en gedwongen sluiting kunnen eerder ingrijpen. Die beperkingen kunnen het verliespad juist grilliger maken.
Een directe short sale vereist doorgaans dat de aandelen worden geleend of dat de broker een geldige regeling heeft om ze te lenen en te leveren.
Beschikbaarheid is niet constant. Een aandeel kan gemakkelijk te lenen zijn en later “hard to borrow” worden. De borrow fee kan stijgen wanneer veel partijen dezelfde stukken willen lenen en het aanbod beperkt is.
De kosten zijn daarom geen vaste rente die u vooraf voor de hele looptijd kent. Controleer de actuele borrow rate en de voorwaarden van uw broker.
Een concrete shortbeslissing vergt daarom twee controles die bij het kopen van aandelen niet op dezelfde manier spelen. Eerst moet u vaststellen dat u het effect daadwerkelijk kunt lenen of dat een andere toegestane regeling voor afwikkeling bestaat. Daarna moet u begrijpen onder welke voorwaarden de lening kan eindigen, hoeveel borrow-kosten kunnen oplopen en of een gedwongen terugkoop mogelijk is. Een aantrekkelijke koersanalyse bewijst nog niet dat de borrow gedurende uw beoogde horizon beschikbaar blijft.
Voor op een EU-handelsplatform verhandelde aandelen regelt artikel 12 van de Europese Short Selling Regulation, via ESMA onder welke uitleen-, leenafspraak- of locate-voorwaarden een short sale is toegestaan. Dit is een wettelijke randvoorwaarde voor de handelsroute, geen garantie dat een retailbroker de positie aanbiedt of dat uw persoonlijke risico is begrensd.
U bent niet de economische eigenaar van de geleende stukken. Wanneer tijdens de shortperiode een dividend wordt uitgekeerd, moet de short seller doorgaans een vervangende betaling doen aan de uitlener.
Ook andere corporate actions kunnen de economische positie beïnvloeden. Een splitsing, claimemissie, spin-off, fusie of overname kan aanpassingen in de geleende positie of extra verplichtingen veroorzaken.
De netto uitkomst van een short bestaat daarom uit meer dan alleen verkoopprijs minus terugkoopprijs.
De uitlener kan een effectenlening onder de contractvoorwaarden terugroepen. Als uw broker geen vervangende borrow kan vinden, kan de shortpositie worden ingekocht of gesloten.
Dit “recall” of buy-in-risico betekent dat u niet altijd zelf de gewenste einddatum van de positie bepaalt. Juist bij moeilijk uitleenbare aandelen kan de beschikbare borrow op een ongunstig moment verdwijnen.
Dat is een ander risico dan een normale longpositie, waarbij u het aandeel niet hoeft te lenen om de positie open te houden.
Een short squeeze ontstaat wanneer een stijgende koers short sellers onder druk zet en terugkopen extra vraag aan de markt toevoegt. Margintekorten, vrijwillige risicoreductie, borrow recalls en beperkte liquiditeit kunnen daarbij tegelijk een rol spelen.
Het proces is niet automatisch één kettingreactie waarbij iedere broker op exact hetzelfde koersniveau liquideert. Verschillende partijen hebben verschillende posities, marginvoorwaarden en risicogrenzen.
Wel kan een geconcentreerde short interest in combinatie met beperkte beschikbare aandelen en snelle koersstijging voor zeer abrupte prijsbewegingen zorgen.
Een overnamebod, onverwachte resultaten of ander nieuws kan een aandeel op een veel hoger niveau laten openen dan de vorige slotkoers. Een shortpositie beweegt dan direct tegen u in zonder dat u op alle tussenliggende prijzen kon handelen.
Een gewone stoporder garandeert in zo’n situatie geen uitvoeringsprijs. Zodra de stop wordt geactiveerd, kan de terugkoop tegen een veel hoger beschikbaar marktprijsniveau plaatsvinden.
Zie Gapping en slippage en Stop-loss en trailing stop voor dit uitvoeringsverschil.
In de EU gelden regels voor short selling, waaronder beperkingen op ongedekte shorttransacties en meldingsverplichtingen voor bepaalde netto shortposities. In Nederland lopen deze meldingen via de AFM.
Die regels nemen uw individuele koers-, borrow-, margin- of liquiditeitsrisico niet weg. Ze bepalen vooral onder welke voorwaarden shortposities mogen worden aangegaan en wanneer substantiële posities moeten worden gemeld of openbaar gemaakt.
Een gekochte putoptie kan eveneens profiteren van een daling, maar heeft een ander contractueel profiel. Voor de koper van een gewone put is het maximale verlies in beginsel beperkt tot de betaalde premie en kosten.
Daar staan een vervaldatum, tijdswaardeverlies, implied volatility en andere optie-eigenschappen tegenover. Een put is dus niet “de veilige versie” van short selling, maar een ander instrument met een andere payoff.
De bredere productkeuze staat bij Waarom beleggen in afgeleide producten en hefboomproducten?.
Controleer niet alleen waarom u denkt dat een aandeel daalt, maar ook:
Short selling is daarmee niet alleen een tegengestelde aandelenpositie. Het is ook een geleende positie met financierings-, uitvoerings- en contractrisico.