Forex is de afkorting van foreign exchange: de markt waarin de waarde van de ene valuta tegenover een andere valuta wordt bepaald en verhandeld. Forex is daarmee een markt- en blootstellingsbegrip, geen enkelvoudig beleggingsproduct.
Dat verschil voorkomt een veelgemaakte verwarring. Een positie in EUR/USD kan bijvoorbeeld ontstaan via een leverbare valutatransactie, een CFD, een forward, een future of een optie. Die routes kunnen dezelfde wisselkoers als referentie gebruiken, maar verschillen juridisch in eigendom, tegenpartij, margin, kosten en afwikkeling.
Bekijk de geselecteerde aanbieders of onderzoek welke dienstverlening en functies u nodig hebt.
De keuzehulp helpt u uw uitvoeringswensen te ordenen.
Valuta worden in paren genoteerd. Bij EUR/USD is de euro de basisvaluta en de Amerikaanse dollar de noteringsvaluta. Staat EUR/USD op 1,1000, dan betekent die notatie dat één euro overeenkomt met 1,1000 dollar.
Stijgt de koers naar 1,1100, dan is de euro in die notatie sterker geworden ten opzichte van de dollar. Dat zegt nog niet wat uw beleggingsresultaat is. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn welk instrument u gebruikt, welke omvang de positie heeft en welke kosten of financiering gelden.
De term Forex trading wordt online vaak gebruikt alsof iedere valutapositie technisch hetzelfde werkt. In werkelijkheid bestaan verschillende routes.
Spot of leverbare valuta. Bij een leverbare valutatransactie wordt de ene valuta daadwerkelijk tegen een andere valuta geruild volgens de toepasselijke settlementafspraken. Of een particuliere rekening deze route aanbiedt en wat u juridisch aanhoudt, hangt af van de aanbieder en rekeningstructuur.
Valuta-CFD. Bij een FX-CFD bezit u de valuta niet. U heeft een contract met de CFD-aanbieder waarmee het prijsverschil van een valutapaar wordt verrekend. Voor deze route gelden eigen margin-, kosten-, uitvoerings- en retailbeschermingsregels. Lees daarvoor Valuta-CFD's.
Forward. Een FX-forward is een bilaterale afspraak om valuta op een toekomstige datum tegen een afgesproken koers uit te wisselen of financieel af te rekenen. De voorwaarden kunnen op maat worden vastgelegd. Zie Forwards.
Future. Een valutafuture is een gestandaardiseerd beurscontract met contractspecificaties, margin en centrale clearing. Voor het mechanisme gaat u naar Futures.
Valutaoptie. Een optie geeft, afhankelijk van het contract, een recht en tegenover de schrijver een verplichting rond een valutakoers. De payoff en het risico verschillen fundamenteel van een lineaire spot-, forward- of CFD-positie. Zie Opties.
De vraag “hoe werkt Forex?” is dus pas compleet wanneer ook duidelijk is via welk instrument de positie loopt.
Een valutapaar heeft doorgaans een biedprijs en laatprijs. Het verschil daartussen is de spread. Bij een transactie is die spread één mogelijke kostenlaag, maar niet noodzakelijk de enige.
Afhankelijk van de route kunnen daarnaast commissie, financieringskosten, roll-/swapkosten, valutaomrekening, marktdata of andere kosten spelen. “Forex heeft lage transactiekosten” is daarom geen universele eigenschap.
Bij veel valutaparen worden kleine koersveranderingen uitgedrukt in pips. Hoeveel één pip financieel betekent, hangt af van het valutapaar, de positieomvang en de contractspecificaties. Een pip is dus een notatie-eenheid, geen vast eurobedrag.
Stel als vereenvoudigd koersvoorbeeld dat EUR/USD van 1,1000 naar 1,1050 beweegt. Dat is een verschil van 0,0050 dollar per euro.
Bij een onderliggende blootstelling van €10.000 correspondeert dat rekenkundig met $50 verschil vóór kosten en vóór eventuele omzetting van het resultaat naar de rekeningvaluta.
Of dat voor u winst of verlies is, hangt af van de richting van de positie en het gebruikte instrument. Bij een CFD komen bijvoorbeeld spread, financiering, marginregels en uitvoering in beeld; bij een forward gelden de contractuele afwikkelvoorwaarden van de forward. Het voorbeeld is daarom geen rendementsverwachting.
Wisselkoersen worden beïnvloed door de relatieve vraag naar twee valuta's. Onder meer deze factoren kunnen een rol spelen:
renteniveaus en verwachtingen over monetair beleid;
inflatie en economische groei;
internationale handel en kapitaalstromen;
overheids- en centrale-bankbeleid;
politieke en geopolitieke onzekerheid;
veranderingen in risicobereidheid op financiële markten.
Die verbanden werken niet mechanisch. Een renteverhoging betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat een valuta stijgt: de markt kan de wijziging al hebben verwacht, andere factoren kunnen zwaarder wegen of verwachtingen over het toekomstige beleid kunnen tegelijk veranderen.
Bij Forex worden zowel fundamentele als technische analyse gebruikt.
Fundamentele analyse kijkt bijvoorbeeld naar rente, inflatie, groei, arbeidsmarkt, betalingsstromen en centrale-bankbeleid. Het doel is begrijpen welke economische krachten de relatieve vraag naar valuta's kunnen beïnvloeden.
Technische analyse onderzoekt prijs- en volumegerelateerde marktdata met bijvoorbeeld trends, steun- en weerstandsniveaus of indicatoren. Dat kan structuur geven aan een handelsproces, maar een patroon of indicator voorspelt de volgende beweging niet met zekerheid.
Deze methoden horen niet exclusief bij Forex. Het zijn manieren waarop marktdeelnemers informatie ordenen.
Termen als day trading, swing trading, scalping en position trading zeggen vooral iets over houdduur en handelsproces. Ze veranderen niet welk juridisch instrument u gebruikt.
Een carry trade heeft wel een specifiek valutamechanisme: de positie probeert voordeel te halen uit een renteverschil tussen valuta's, maar het uiteindelijke resultaat hangt ook af van de wisselkoers, financierings-/rollmechaniek en kosten. Een positief renteverschil beschermt dus niet tegen een ongunstige valutabeweging.
Geen van deze labels bewijst dat een strategie winstgevend of passend is voor een bepaalde belegger.
De professionele FX-markt loopt op werkdagen door verschillende financiële centra en tijdzones. Daardoor is er gedurende een groot deel van de werkweek handel mogelijk. Dat is iets anders dan zeven dagen per week onafgebroken handelen.
Bovendien bepaalt de concrete aanbieder wanneer uw gekozen instrument verhandelbaar is. Rond weekends, feestdagen, marktopeningen en perioden met lage liquiditeit kunnen spreads en uitvoeringsrisico veranderen.
Bij een gewone valutaomwisseling houdt u na levering een saldo in de andere munt aan. Een eventuele latere wissel terug vindt tegen de dan geldende koers plaats. Bij een valutaderivaat moet u daarentegen ook rekening houden met de contractuele afloop, een eventuele marginverplichting en de manier waarop de aanbieder uw positie sluit. Eenzelfde EUR/USD-beweging kan daardoor tot verschillende kasstromen leiden.
Stel dat u voor een buitenlandse uitgave over drie maanden dollars nodig heeft. Direct dollars kopen is iets anders dan met een valutafuture een koersafspraak voor een latere afwikkeling aangaan. Bij die future kunnen contractgrootte en afwikkeldatum afwijken van uw werkelijke betalingsbehoefte. Controleer ook de kosten en of u het contract vóór afloop kunt sluiten. Wie uitsluitend in euro's belegt, kan overigens via een wereldwijd aandelenfonds indirect nog valutablootstelling hebben.
Een forex-CFD geeft geen rechtstreeks bezit van de onderliggende valuta. Bij een keuze voor valutahandel hoort daarom altijd de vraag welk instrument u precies gebruikt.
Hefboom is geen noodzakelijk kenmerk van iedere valutapositie. Bij veel retail-FX-CFD's wordt wel met margin gewerkt. Daardoor is de notionele blootstelling groter dan het bedrag dat als margin wordt gereserveerd, waardoor kleine koersbewegingen relatief sterk op het eigen kapitaal kunnen doorwerken.
Voor retail-CFD's die in of vanuit Nederland worden aangeboden gelden productinterventiemaatregelen, waaronder hefboomlimieten, margin close-out, bescherming tegen restschuld en gestandaardiseerde risicowaarschuwingen.
Die bescherming hoort bij de CFD-route. U mag haar niet automatisch projecteren op een forward, future, optie of andere valutatransactie.
Voor het algemene mechanisme leest u Risico's van hefboomwerking.
Welke risico's precies gelden hangt af van de productroute. Veelvoorkomende aandachtspunten zijn:
wisselkoersrisico: de relatieve waarde van twee valuta's verandert;
hefboom- en marginrisico: waar het instrument met margin werkt;
liquiditeits- en spreadrisico: vooral rond rustige of stressvolle marktmomenten;
gapping en uitvoeringsrisico: een order wordt niet altijd uitgevoerd op de prijs die u vooraf ziet;
tegenpartijrisico: relevant bij bilaterale contracten en afhankelijk van clearing/collateral;
financierings- en rollkosten: vooral bij posities die langer openstaan;
basisrisico: een hedge-instrument volgt mogelijk niet exact de kasstroom of exposure die u wilt afdekken.
Als een aanbieder zegt dat u bij hem in Forex kunt handelen, controleer dan eerst wat hij feitelijk aanbiedt:
spot/leverbare valuta, CFD, future, forward, optie of een andere structuur;
juridische aanbieder en rekeningroute;
eigendom of contractuele exposure;
contractgrootte en margin;
spread, commissie, financiering en omrekening;
handelsuren en uitvoeringsbeleid;
clearing, collateral en tegenpartij waar relevant;
exit- en afwikkelingsmechanisme.
Zo voorkomt u dat verschillende valutaproducten onder één marketingterm op één hoop belanden terwijl hun juridische en economische werking verschilt.
Voor de bredere contractfamilie gaat u naar Derivaten. Gaat het specifiek om een CFD op een valutapaar, lees dan Valuta-CFD's.