Margin, short selling, hefboom en professionele cliëntstatus worden bij brokerselectie gemakkelijk op één hoop gegooid. Toch gaat het om verschillende mechanismen, met elk eigen contracten, risico's en voorwaarden.
Bepaal daarom eerst welke handeling u werkelijk wilt kunnen uitvoeren. Geld lenen om effecten te kopen is iets anders dan aandelen lenen om short te gaan. Een derivaat met hefboom is weer een andere constructie. En professionele cliëntstatus is geen handelsfunctie, maar een regelgevende classificatie.
| Mechanisme | Wat er gebeurt | Wat u niet automatisch krijgt |
|---|---|---|
| Margin / effectenkrediet | U leent geld met effecten of ander vermogen op de rekening als onderpand | Geen automatisch recht om ieder instrument short te verkopen |
| Short selling | U verkoopt effecten die u niet bezit nadat voor de levering een leen-/locateroute is geregeld | Geen garantie dat een aandeel beschikbaar is om te lenen |
| Derivatenhefboom | Uw contract geeft blootstelling die groter kan zijn dan het direct ingelegde bedrag | Geen gewone effectenlening of aandelenbezit |
| Professionele cliëntstatus | Uw wettelijke cliëntclassificatie verandert na toepasselijke criteria, beoordeling en procedure | Geen algemene 'pro-modus' die iedere functie ontgrendelt |
Bij een marginrekening of effectenkrediet kan de broker geld beschikbaar stellen om beleggingen te financieren, terwijl vermogen op de rekening als onderpand dient. Over het geleende bedrag kunnen rente en andere voorwaarden gelden.
Omdat het onderpand in waarde kan dalen, kan de verhouding tussen lening en onderpand verslechteren. Volgens de voorwaarden van een marginregeling kan de broker dan extra geld of effecten verlangen of posities verkopen om een tekort te herstellen. De precieze drempels en procedures zijn broker- en rekeningafhankelijk.
Margin vergroot dus niet alleen de koopkracht, maar verandert ook de financierings- en liquidatierisico's van de rekening. Voor verdieping in die risico's leest u risico's van hefboomwerking.
Bij een klassieke short sale verkoopt u een effect dat u niet in bezit heeft. Om de levering mogelijk te maken moet het effect beschikbaar zijn via een leen- of locateproces. Later moet de shortpositie worden gesloten of anders worden afgewikkeld volgens de voorwaarden van de broker en markt.
Dat is iets anders dan geld lenen op margin. Bij margin leent u geld; bij een shortpositie is beschikbaarheid van het effect zelf een kernvoorwaarde. Een broker kan margin aanbieden terwijl een bepaald aandeel niet shortbaar is, of short selling alleen voor bepaalde rekeningen, markten of instrumenten toestaan.
Een shortpositie kan bovendien andere risico's hebben dan een gewone longpositie. Bij een stijgende aandelenkoers kan het verlies op een ongedekte shortpositie in theorie blijven oplopen zolang de koers stijgt. Meer daarover leest u bij short-selling risico's.
Opties, futures, CFD's en andere derivaten kunnen blootstelling creëren die niet gelijk is aan het rechtstreeks kopen of lenen van het onderliggende effect. Daarbij kunnen margin- of onderpandverplichtingen gelden, maar de juridische en operationele constructie hoort bij het specifieke derivatencontract.
Daarom zegt alleen 'hefboom beschikbaar' nog te weinig over uw behoefte. Maak concreet welk product u wilt gebruiken, welke positie u wilt kunnen innemen en welke rekening- of marginvoorwaarden daarvoor nodig zijn.
Een broker kan onder voorwaarden effecten van cliënten uitlenen aan andere marktpartijen. Dat heet securities lending. Daarbij blijft de vraag centraal welke toestemming, vergoeding, zekerheden en bescherming voor de uitlenende cliënt gelden.
Dat mechanisme moet niet worden verward met een shortpositie die u zelf opent. Bij securities lending kan uw effect aan een andere partij worden uitgeleend; bij short selling probeert u zelf een effect te verkopen dat via een leen- of locateroute beschikbaar is gemaakt.
Onder MiFID II bestaan verschillende cliëntcategorieën. Een cliënt die als professional wordt behandeld, wordt verondersteld meer kennis, ervaring en expertise te hebben om beleggingsbeslissingen en risico's te beoordelen. Voor een niet-professionele cliënt die om professionele behandeling verzoekt, gelden criteria, een beoordeling door de beleggingsonderneming en een formele procedure.
Daarbij kunnen bepaalde beschermingen uit het standaardregime worden verminderd of anders worden toegepast. Professionele status is daarom niet simpelweg een manier om 'meer functies' te krijgen. Het is een wijziging van de cliëntrelatie met mogelijke gevolgen voor de bescherming die u geniet.
Of een broker bepaalde producten, marginmogelijkheden of handelsfuncties alleen aan een bepaalde cliëntcategorie aanbiedt, is vervolgens een afzonderlijk providerfeit. Zie professionele status daarom niet als doel op zichzelf: eerst moet duidelijk zijn welke bescherming en voorwaarden daardoor veranderen.
Stel dat u voor € 10.000 aan effecten koopt met € 6.000 eigen vermogen en € 4.000 geleend geld. Daalt de effectenwaarde zonder bijkomende kosten met 20%, dan is de positie nog € 8.000 waard. Na aftrek van de lening resteert € 4.000 eigen vermogen: een verlies van € 2.000 of een derde van uw oorspronkelijke € 6.000. Rente en eventuele gedwongen verkoop kunnen de uitkomst ongunstiger maken.
Professionele cliëntstatus is een aparte juridische classificatie. De AFM beschrijft het verschil in beleggersbescherming tussen niet-professionele, professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen. Meer handelsrechten, effectenkrediet of toegang tot short selling volgen daar niet automatisch uit. Controleer eerst het rekeningcontract en uw daadwerkelijke klantcategorie.
Een label als 'voor gevorderde beleggers' helpt weinig. Schrijf uw behoefte uit als een concrete handeling: welk instrument, welke positie, welk type financiering en welke rekeningrechten heeft u nodig?
Pas daarna heeft vergelijken zin. In de brokervergelijker kunt u relevante bestaande kenmerken gebruiken voor zover die uw concrete eis werkelijk dekken. Voor margin, professionele status en andere details die niet als afzonderlijk vergelijkingskenmerk beschikbaar zijn, blijft actuele verificatie bij de aanbieder nodig.