De financiële markten zijn continu in beweging en vereisen regelmatig een scherpe blik op de gekozen koers. Waar beleggers lange tijd konden vertrouwen op gestage economische vooruitgang en nauwelijks stijgende prijzen, dienen zich soms periodes aan waarin deze vertrouwde dynamiek volledig vastloopt. Prijzen in de supermarkt en aan de benzinepomp schieten omhoog, terwijl de winstgroei van bedrijven afzwakt en de algehele welvaart onder druk komt te staan. Een dergelijke giftige cocktail van economische tegenwind vraagt om een specifieke, doordachte aanpak voor iedereen die opgebouwd vermogen intact wil houden. Het beschermen van uw koopkracht krijgt in zo'n fase voorrang op het jagen op hoge rendementen, en dat vereist een strategie die verder reikt dan de standaard verdeling tussen aandelen en vastrentende waarden.
Om uw financiële strategie goed te bepalen, helpt het om de betekenis van dit hardnekkige economische klimaat te doorgronden. Dus, wat is stagflatie precies? Het begrip is een samenvoeging van twee termen die beleidsmakers liever niet tegelijkertijd zien optreden. Aan de ene kant is er sprake van inflatie. Dit houdt in dat het algemene prijspeil stijgt, waardoor uw geld structureel minder waard wordt en u minder kunt kopen voor dezelfde euro. Aan de andere kant begint de economie te stagneren. Dit betekent dat de economische groei afvlakt of zelfs omslaat in krimp, vaak gepaard met oplopende werkloosheid en dalende bedrijfswinsten. Voor een heldere uitleg over hoe prijsstijgingen in Nederland precies worden gemeten, biedt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betrouwbare en actuele achtergrondinformatie.
Hoe werkt dit nu in de praktijk en waarom is het zo lastig te bestrijden? Normaal gesproken gaat een stijgende inflatie hand in hand met een oververhitte economische motor. Consumenten geven massaal geld uit, de vraag overstijgt het aanbod en daardoor stijgen de prijzen. Centrale banken grijpen in zo'n geval in door de rente te verhogen, wat lenen duurder maakt en de uitgaven afremt. Bij een stagnerende groei is dat wapen van de renteverhoging ineens een flink probleem. Verhoogt u als centrale bankier de rente om de prijzen te drukken, dan remt u de toch al zwakke economische groei nog verder af en riskeert u een diepe recessie. Verlaagt u de rente om de groei aan te jagen, dan geeft u de inflatie juist extra brandstof. Het is een bijna onmogelijke spagaat.
Wie in de geschiedenisboeken zoekt naar vergelijkbare situaties, belandt onvermijdelijk in de jaren 70. In dat decennium werd de westerse samenleving hard geraakt door enorme prijsstijgingen in combinatie met forse economische krimp. De oliecrisis speelde destijds de hoofdrol. De oorzaken van een dergelijk scenario liggen dan ook vrijwel altijd bij een zogenoemde negatieve aanbodschok. Er ontstaat plotseling een groot tekort aan een belangrijke grondstof, waardoor de productiekosten voor de hele keten omhoog schieten. Bedrijven proberen die hogere kosten door te berekenen aan de eindgebruiker, wat alles direct duurder maakt. Omdat de economische groei tegelijkertijd hapert en lonen vaak achterblijven, kunnen consumenten die hogere prijzen niet meer opbrengen.
Vandaag de dag zien we dat geopolitieke onrust een vergelijkbare, ontwrichtende rol speelt op de internationale markten. De oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende westerse sancties tegen Rusland hebben de Europese energiemarkt structureel veranderd. Hoewel de beurzen de weggevallen Russische gas- en olieaanvoer inmiddels grotendeels hebben verwerkt, blijft de energiemarkt buitengewoon kwetsbaar. Zo vormt de huidige situatie rondom Iran een grote bron van onzekerheid. Een verdere escalatie in het Midden-Oosten, met een mogelijke blokkade van de Straat van Hormuz, kan de wereldwijde olietoevoer direct en hard raken. Daarbovenop blijft de politieke instabiliteit in olielanden zoals Venezuela een factor die het mondiale aanbod beperkt. Al deze elementen samen vormen een kruitvat dat energieprijzen plotseling weer kan doen opvlammen, met alle gevolgen van dien voor het algemene prijspeil.
Als u de balans opmaakt van wat dit betekent voor uw persoonlijke financiën, is het beeld behoorlijk confronterend. Uw spaargeld behoort in dit scenario tot de grootste slachtoffers. Door de aanhoudend hoge inflatie verdampt de koopkracht van het saldo op de bankrekening waar u bij staat. De rente die banken vergoeden op een vrij opneembare spaarrekening is vrijwel nooit hoog genoeg om de forse prijsstijgingen van dagelijkse boodschappen, energie en diensten te compenseren. Uw vermogen wordt op papier misschien niet kleiner, maar u kunt er simpelweg minder mee doen.
Ook de traditionele belegger ontspringt de dans niet zomaar. De afgelopen veertig jaar golden portefeuilles met een verdeling van zestig procent aandelen en veertig procent obligaties als een betrouwbare en veilige haven. Als aandelen daalden door tegenvallende bedrijfsresultaten, boden obligaties een stabiele buffer die de klap opving. Bij een stagnerende groei in combinatie met gierende inflatie faalt dat vertrouwde mechanisme volledig. Aandelen krijgen klappen doordat consumenten minder uitgeven en de inkoopkosten voor bedrijven stijgen. Obligaties bieden tegelijkertijd geen enkele troost. Door de stijgende rentes, die centrale banken doorvoeren om de inflatie te temmen, daalt de onderliggende waarde van reeds uitgegeven leningen fors. U ontvangt weliswaar de vaste couponrente, maar de uiteindelijke vergoeding is gecorrigeerd voor inflatie onvoldoende gebleken.
Het is volkomen logisch dat u op zoek gaat naar manieren om de schade te beperken. Wat te doen bij stagflatie is een vraag die momenteel ook veel institutionele partijen, zoals grote pensioenfondsen en vermogensbeheerders, bezighoudt. Gelukkig is er een oplossing te vinden, al vraagt het om het toevoegen van categorieën die de gemiddelde belegger niet standaard in de portefeuille heeft zitten. Voor onafhankelijke informatie over de werking van verschillende beleggingscategorieën is de website van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een uitstekend startpunt.
Een van de meest betrouwbare ankers in deze woelige wateren is de zogeheten inflation-linked obligatie, oftewel de inflatiegekoppelde lening. Bij dit type lening, veelal uitgegeven door overheden, bewegen de rentevergoeding en de uiteindelijke aflossing direct mee met de daadwerkelijke inflatiecijfers. Ligt de geldontwaarding op een fors percentage, dan stijgt de nominale uitkering van deze obligatie simpelweg mee. Het is een van de weinige instrumenten die een harde garantie op koopkrachtbehoud biedt. De beurswaarde van deze papieren neemt bovendien toe wanneer markten doorkrijgen dat inflatie hardnekkiger is dan vooraf werd aangenomen.
Naast deze speciale obligaties vormen reële activa een interessante buffer. Grondstoffen en aandelen van bedrijven in de brede energiesector bieden een vorm van natuurlijke bescherming. Energie zit immers verweven in alles wat we produceren en vervoeren. Ondernemingen die deze grondstoffen oppompen, raffineren of leveren, profiteren direct van de hogere tarieven. Ze kennen daarnaast vaak een wat lagere waardering op de beurs, waardoor ze veel minder hard geraakt worden door het opdrogen van de risicopremies als gevolg van stijgende rentes. Ook vastgoed kan bescherming bieden, mits de huurcontracten ruimte laten om de inflatie direct door te berekenen in de huren. De vastgoedmarkt is tegelijkertijd wel weer gevoelig voor oplopende financieringskosten, wat een scherpe selectie vereist.
Binnen het aandelendeel van uw investeringen loont het om scherp onderscheid te maken tussen verschillende type bedrijven. In een periode van oplopende rentes en terughoudende consumenten hebben zogenoemde groeiaandelen het bijzonder zwaar. De beurswaarde van veel technologiebedrijven is grotendeels gebaseerd op verwachte torenhoge winsten in de verre toekomst. Als de rente oploopt, worden die toekomstige winsten teruggerekend naar de dag van vandaag ineens een heel stuk minder waard. Dit raakt specifiek de Amerikaanse aandelenmarkt, die qua marktkapitalisatie enorm zwaar leunt op een handjevol gigantische techfondsen.
Voor een steviger en weerbaarder fundament kunt u beter kijken naar defensieve en klassieke sectoren. Denk daarbij aan de gezondheidszorg, grote nutsbedrijven en producenten van dagelijkse consumentengoederen. De vraag naar medische zorg, elektriciteit en dagelijkse voeding blijft altijd bestaan, ongeacht of de economie nu in de lift zit of stagneert. Ondernemingen in deze sectoren hebben daardoor een veel stabielere afzetmarkt en beschikken vaak over zogeheten prijszettingsmacht. Dit houdt in dat zij hun opgelopen inkoop- en loonkosten relatief eenvoudig kunnen doorberekenen aan de eindklant, zonder dat dit direct leidt tot een instortende verkoop.
Wanneer u met deze bril naar de internationale beurzen kijkt, lijken de Europese markten wellicht beter gepositioneerd voor dit specifieke klimaat dan de Amerikaanse tegenhangers. De aandelenindices in Europa en het Verenigd Koninkrijk herbergen van oudsher veel meer klassieke industrie, financiële waarden en nutsbedrijven, en beduidend minder pure technologie. Actief beheer van de portefeuille krijgt in deze fase de voorkeur boven het blind volgen van een algemene index, omdat u daarmee veel gerichter kunt sturen op de sectoren en regio's die de minste hinder ondervinden. Voor actuele data over de wereldwijde economische groeiverwachtingen en de verschuivingen per regio kunt u de uitgebreide rapportages van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) raadplegen.
Het inrichten en onderhouden van uw beleggingen voor roerige tijden blijft een doorlopend proces dat geduld en aanpassingsvermogen vereist. Een klimaat met haperende groei en stijgende prijzen kan ronduit ontmoedigend overkomen, maar hoeft zeker niet desastreus te zijn voor uw vermogensopbouw. Door bewust weg te sturen van zeer rentegevoelige aandelen en tijdig te focussen op inflatiegekoppelde oplossingen en robuuste sectoren met prijszettingsmacht, dempt u de scherpste randjes van het risico. Blijf nuchter analyseren, bewaar de rust wanneer markten wispelturig reageren en besef goed dat het succesvol beschermen van de koopkracht op de lange termijn minstens zoveel waard is als het af en toe behalen van torenhoge rendementen in hoogtijdagen.