Het is u vast niet ontgaan dat er in internationale financiële kringen met argusogen naar Nederland wordt gekeken. Vooral bij onze oosterburen klinkt er bezorgdheid over wat er in onze polder gebeurt. De reden is geen politiek schandaal of economische crisis, maar een berg geld van ruim 1.500 miljard euro.
Onze pensioenfondsen behoren tot de grootste beleggers ter wereld. Jarenlang waren zij de stabiele, haast saaie pijler onder de Europese obligatiemarkt. Ze kochten staatsleningen en sloten rente-swaps af om risico's dicht te timmeren, ongeacht de prijs. Maar die tijd is voorbij. Door de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert de strategie van deze institutionele beleggers fundamenteel. De walvis draait zich om, en dat gaat golven veroorzaken waar elke particuliere belegger de gevolgen van gaat voelen.
Internationale analisten waarschuwen voor een schokgolf op de obligatiemarkten. Ze vrezen dat Nederlandse fondsen massaal hun veilige staatsobligaties dumpen, waardoor de rentes in de hele Eurozone omhoogschieten. Hoewel die angst voor een plotselinge crash overtrokken is, hebben ze in de kern wel gelijk: de dynamiek op de rentemarkt verandert structureel. En als u uw portefeuille daar niet op inricht, loopt u onnodig risico.
Disclaimer: De inhoud van dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve en educatieve doeleinden en vormt geen financieel advies. Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Doe altijd uw eigen onderzoek of raadpleeg een financieel adviseur voordat u beleggingsbeslissingen neemt.
Het beeld dat pensioenfondsen als het ABP of PFZW morgenochtend op een rode knop drukken en hun hele obligatieportefeuille verkopen, is onzin. Deze organisaties bewegen als supertankers, niet als speedboten. Bovendien is de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel een proces dat loopt tot 2028. Een deel van de markt heeft hierop al geanticipeerd; hedgefondsen hebben posities ingenomen in de verwachting dat deze verkoopdruk gaat komen.
Toch is het belangrijk om te begrijpen waarom deze verschuiving plaatsvindt. In het oude stelsel draaide alles om de dekkingsgraad. Fondsen moesten garanderen dat ze over dertig of veertig jaar elke euro konden uitkeren. De rekenrente was heilig. Daalde de rente? Dan moest een fonds direct extra obligaties of rente-swaps kopen om het renterisico af te dekken. Ze waren gedwongen kopers, wat de rente op lange staatsleningen (30 tot 50 jaar) kunstmatig laag hield.
In het nieuwe stelsel, waarover u meer kunt lezen op de website van de Rijksoverheid, vervalt die harde garantie. We gaan van een systeem gebaseerd op zekerheid naar een systeem gebaseerd op verwacht rendement. Voor jongere deelnemers hoeft het renterisico nauwelijks meer te worden afgedekt. De noodzaak om tientallen miljarden in staatsleningen met een looptijd van 50 jaar te stoppen, verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Als de pensioenfondsen minder "veilig papier" hoeven aan te houden, wat gaan ze dan wel doen met dat geld? De verwachting is een grote rotatie van publieke schulden naar private markten en aandelen.
Fondsen krijgen meer vrijheid om rendement te zoeken. Dat betekent dat er kapitaal stroomt naar wereldwijde aandelen, maar vooral ook naar zogeheten illiquids: beleggingen die niet dagelijks verhandelbaar zijn. Denk aan infrastructuurprojecten, onderhandse leningen aan bedrijven (Private Credit) en Private Equity. Deze categorieën bieden vaak een hoger rendement dan een Duitse staatsobligatie, en in het nieuwe stelsel past dat beter bij de risicoprofielen van de deelnemers die nog lang niet met pensioen gaan.
Daarnaast speelt er een politieke component. Er is vanuit Den Haag toenemende druk op pensioenfondsen om meer in eigen land te investeren. Geld dat vrijkomt uit internationale obligaties zou deels zijn weg kunnen vinden naar de Nederlandse woningmarkt, energietransitie of lokale bedrijven. Dit is geen economische wetmatigheid, maar een politieke realiteit die de allocatie van kapitaal beïnvloedt.
Wat betekent dit concreet voor uw portefeuille? De grootste impact verwachten we aan het "lange eind" van de rentecurve.
Omdat pensioenfondsen de grootste kopers waren van staatsleningen met zeer lange looptijden (20, 30 of zelfs 50 jaar), valt daar de vraag weg. Als de grootste koper uit de markt stapt, daalt de koers. En bij obligaties betekent een dalende koers een stijgende rente.
Het gevolg is dat de rentecurve waarschijnlijk steiler wordt. De korte rente wordt bepaald door de centrale bank (ECB), maar de lange rente wordt bepaald door vraag en aanbod in de markt. Als de Nederlandse pensioensector stopt met het kopen van die lange leningen, loopt de vergoeding (yield) op die leningen op.
Voor u als belegger is de boodschap duidelijk: wees extreem voorzichtig met obligatiefondsen of ETF's die zich richten op lange looptijden (vaak aangeduid als '20yr+ Treasury' of 'Ultra Long Bond'). Deze categorie, die jarenlang profiteerde van de koopwoede van pensioenfondsen, wordt nu een weeskindje van de markt. Het risico op koersverlies is hier aanzienlijk.
U kunt niet direct investeren in dezelfde private deals als een pensioenfonds. U kunt geen brug kopen of een miljardenlening verstrekken aan een niet-beursgenoteerd bedrijf. Maar u kunt wel investeren in de poortwachters van dit geld.
De miljarden die uit de obligatiemarkt stromen, moeten ergens beheerd worden. De grote winnaars van deze trend zijn de beursgenoteerde vermogensbeheerders die gespecialiseerd zijn in alternatieve beleggingen en private markets. Denk aan partijen als Blackstone, KKR of Partners Group, maar ook aan infrastructuurfondsen. Zij zien hun beheerd vermogen (Assets Under Management) groeien doordat pensioenfondsen hun allocatie naar deze categorieën verhogen. Door aandelen van deze beheerders te kopen, lift u mee op de geldstroom die uit de obligatiemarkt komt.
Daarnaast biedt de politieke druk om "in Nederland" te beleggen kansen. Als er inderdaad miljarden richting de Nederlandse energietransitie of infrastructuur worden gestuurd, kunnen bedrijven in de bouw- en technologiesector hiervan profiteren. Het loont om de statistieken van De Nederlandsche Bank (DNB) over de beleggingsmix van pensioenfondsen in de gaten te houden. Veranderingen in hun allocatie zijn vaak een voorbode van sectorale prestaties.
We staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk in de Europese kapitaalmarkten. De tijd waarin Nederlandse pensioenfondsen blindelings elke staatslening opkochten om hun boekhouding kloppend te krijgen, is voorbij. Ze transformeren van risicomijdende boekhouders naar rendementzoekende beleggers.
Dit creëert verliezers (de lange staatsobligaties) en winnaars (private markets, aandelen en de reële economie). U hoeft geen pensioenexpert te zijn om hiervan te profiteren, maar u moet wel begrijpen dat de automatische piloot in uw obligatieportefeuille uit moet. De walvis heeft zijn koers gewijzigd; zorg dat u niet in zijn kielzog omslaat, maar op de golven meevaart