Turbos

Turbo, speeders, sprinters: wat is nou eigenlijk het verschil? Nou, het zijn drie benamingen voor hetzelfde beleggingsproduct. Met een turbo kun je beleggen met een hefboom in onderliggende waarden als aandelen, valuta, obligaties, grondstoffen en beleggingsfondsen. De ABN Amro ontwikkelde turbo’s voor een belegging en legde de naam vast. Naast de ABN Amro maakt ook de Royal Bank of Scotland beleggen in turbo mogelijk. Omdat andere banken ook turbo’s wilden uitgeven, veranderden zij de naam in sprinters (Duitse en Amerikaanse bank) en speeders (ING).

Hoe werkt een turbo?
Met een turbo kun je speculeren op stijgingen en dalingen in de koersen. De turbo long zal stijgen wanneer de onderliggende waarde ook stijgt, een turbo short werkt net andersom. Koop je een turbo long? Dan zal de bank de kosten voor de onderliggende waarde financieren. De rest betaal jij in de waardevorm van de turbo long. Je betaalt ook rente aan de bank over het deel dat door de bank wordt gefinancierd, de reden voor banken om beleggen in turbo’s mogelijk te maken. Maar de investering van de bank kan in waarde dalen. Met de stoploss (ver)koopt de bank de turbo dan snel.

Soorten turbo’s
Een turbo beleggen kan met twee soorten turbo’s: limited speeders en quanto speeders. Bij een limited turbo verschilt de prijsbepaling, want de prijs blijft de gehele looptijd op hetzelfde niveau. De waarde van een limited turbo is namelijk gebaseerd op de prijs van de vervaldatum van de onderliggende waarde. De prijs van de limited turbo is hoger dan die van een normale turbo.

De tweede soort turbo voor belegging is de quanto turbo. Bij deze manier van beleggen draag je de valutarisico’s over aan de bank: jij hebt dus niets te maken met deze risico’s. Dit bekent dat met beleggen in de quanto turbo bijvoorbeeld kunt speculeren op een stijging bij de AEX index (of een andere index), zonder dat je het risico loopt gedupeerde te worden van een valutadaling.