Risico's obligaties

Een obligatie is een lening. Als u een obligatie koopt, leent u geld uit. Dat kan aan een onderneming zijn of aan een overheid. Meestal ontvangt u, als obligatiehouder, een vergoeding in de vorm van een couponrente. Obligaties kunnen beursgenoteerd zijn. Dat betekent dat u op de effectenbeurs kunt beleggen in obligaties.

Risico’s bij beleggen met obligaties

Het beleggen in obligaties kent veel verschillende risico’s, het debiteuren, –liquiditeit, -valuta, -renterisico’s. koersvolatiliteit, converteerbare obligaties, reverse convertible obligaties, steepeners, floating rate notes, perpetuals en fix-to-floaters.

Debiteurenrisico

Een obligatie heeft een uitgevende instantie. Het debiteurenrisico hangt af van de kwalitieit van deze uitgevende instantie. Wanneer de positie, de financiële positie, van deze uitgevende instantie niet al te best is kan de oorzaak een grote invloed uit oefenen. Het is mogelijk dat de rente en/of de aflossing niet wordt uitbetaald.

Liquiditeitsrisico

Wanneer er op de beurs niet kan worden voldaan aan actuele verplichtingen, en er tevens geen onderpand kan worden geleverd, is er sprake van een liquiditeitsrisico. Het liquiditeitsrisisco bestaat uit 2 onderdelen:

  • Financierings-liquiditeitsrisico: Het risico waarbij er de mogelijkheid is dat een bedrijfsvoering moet worden omgelegd of er een onaanvaardbaar verlies moet worden geleden om de vraag naar contanten van depositohouders en andere contractuele partijen te voldoen.
  • Markt-liquiditeitsrisico: Is er vraag naar een lening? Is er aanbod van een lening? Van deze vragen hangt af hoe groot het Liquiditeitsrisico is. De koers kan dalen zodra er erg veel aanbod is maar de vraag er naar minimaal.

Valutarisico

Het komt vaak voor dat men belegt in obligaties die niet in euro’s zijn genoteerd, de obligatie is dan in punten genoteerd. Wanneer dit het geval is daalt de waarde van uw obligaties als de koers van de vreemde valuta daalt.

Renterisico

Het komt vaak voor dat rente op de kapitaalmarkt stijgt, wanneer dat het geval is is het een zeer logisch verschijnsel dat de obligaties dalen op de beurskoers en vice versa.

De obligaties die u in uw bezit heeft kunt u op verkopen op de kapitaalmarkt bij een rentestand, wanneer u dit doet is de vraag of uw rentestand hoger is dan uw coupon? Wanneer u antwoord hierop een zekere ja is kan het zo zijn dat de beurskoers lager is dan de nominale waarde.

Koersvolatiliteit

Er is een uitzondering wanneer u verlies maakt met de nominale waarde, dat is als u voor de vervaldag uw obligatie verkoopt! De nominale waarde ligt op 100% als de koers lager is dan die 100% is het zeker dat u verlies maakt met uw obligaties! Vergelijkbare obligaties zijn obligaties met bijvoorbeeld dezelfde looptijd en `rating’.

Risico van tussentijdse aflossing: bij sommige obligaties mag de uitgevende instantie kiezen voor tussentijdse aflossing. Dat zal ze over het algemeen niet doen als de coupon lager is dan de marktrente. De koers van deze obligaties daalt daardoor extra hard als de marktrente stijgt.

Omgekeerd zal de uitgevende instantie eerder kiezen voor tussentijdse aflossing als de coupon hoger is dan de marktrente. Dat vormt een beperking voor de beurskoers van deze obligaties.

Converteerbare- en reverse convertible obligaties

Er is sprake van een klein renterisico. De oorzaak hier van ligt bij de coupon, de coupon is laag! Toch zit er een verhoogd risico aan dit maken de aandelen die als aflossing kunnen dienen waar.

Reverse convertible obligaties

Ook bij de reverse convertible obligaties speelt de uitgevende instantie een grote rol. Wanneer de uitgevende instantie kiest voor aflossing in aandelen ontstaat het risico, dat is erg ongunstig voor de obligatiehouder! Terwijl het pakket aandelen minder waard is dan de contante aflossing kies de uitgevende instantie meestal toch voor de aflossing in aandelen.

Perpetuals

Ook bij perpetuals is er een looptijd aanwezig, het gaat hier om een zeer lange looptijd, het renterisico is hier dus hoog. Onder perpetuals verstaat men 3 varianten: Fix-to-floaters, floating rate notes en steepeners. Elk variant heeft zijn eigen looptijd en risico’s. bij deze obligatie mag men gebruik maken van tussentijdse aflossingen, daardoor dikt het renterisico nog extra aan!

Fix-to-floaters

De looptijd bij fix-to-floaters is lang, ook heeft deze obligatie een onvoorspelbaar floating deel, deze twee kenmerken liggen in het nadeel van de obligatie! Ze verhogen namelijk het renterisico. Ook bij fix-to-floaters is het net zoals bij alle varianten van perpetuals, behalve floating rate notes, de mogelijkheid tot tussentijdse aflossingen, ook hier spreken we dus van een hoog renterisico.

Floating rate notes

De couponrente beweegt mee met de marktrente hierdoor hebben deze obligaties minder renterisico.

Bij obligaties is er vaak een looptijd in het spel, bij floating rate notes is er een korte looptijd in het spel. De kans dat er in deze korte looptijd ongunstige renteontwikkelingen voordoen is kleiner dan bij een langere looptijd.

Steepeners

Steepeners zijn zeer onvoorspelbare doch onafhankelijke obligaties. Alles hangt af van de renteontwikkeling. Wanneer de 10-jaarsrente lager is dan de 2-jaarsente is het vaak zo dat er geen of slecht de minimumrente wordt uitbetaald. Het renterisico ligt hier enorm hoog, oorzaak: mogelijkheid van tussentijdse aflossing!