Met een aandeel krijgt u economisch en juridisch een belang in een onderneming. Dat geeft u een andere blootstelling dan met een obligatie, fonds of derivaat. De vraag in deze stap is daarom niet of aandelen 'goed' of 'slecht' zijn, maar welke rol directe aandelen in uw beleggingsplan zouden vervullen.
Voor de volledige productmechaniek, aandeelhoudersrechten en orderuitvoering leest u Beleggen in aandelen. Hier gaat het om de plaats van aandelen binnen uw beleggingsplan.
Het resultaat op een aandeel kan uit twee hoofdbronnen komen:
koersverandering: u verkoopt een aandeel voor meer of minder dan uw aankoopprijs;
dividend: een onderneming kan besluiten een deel van de beschikbare winst of reserves aan aandeelhouders uit te keren.
Dividend is geen vaste rente. Een onderneming kan het dividend verhogen, verlagen, overslaan of beëindigen. Ook een koersstijging is niet gegarandeerd. Uw totale resultaat ontstaat uit de combinatie van koersverandering, ontvangen uitkeringen en kosten.
Met één aandeel bent u rechtstreeks blootgesteld aan de ontwikkeling van dat bedrijf. Omzet, marges, concurrentie, financiering, regelgeving en beslissingen van het management kunnen daardoor een groot effect op uw vermogen hebben.
Bij faillissement staan gewone aandeelhouders bovendien achter schuldeisers in de rangorde. Een individueel aandeel kan daardoor vrijwel zijn volledige waarde verliezen.
Juist daarom is het verschil tussen directe aandelen en een breed aandelenfonds belangrijk. Een fonds of ETF kan ondernemingsspecifiek risico over veel posities verdelen, terwijl u met een kleine selectie losse aandelen bewust meer concentratie accepteert.
Door meerdere ondernemingen, sectoren en regio's te combineren wordt uw resultaat minder afhankelijk van één bedrijf. Dat kan ondernemingsspecifiek risico verkleinen.
Spreiding garandeert geen winst. In een brede marktdaling kunnen veel aandelen tegelijk dalen. Een portefeuille met veel namen kan bovendien nog steeds geconcentreerd zijn wanneer de bedrijven afhankelijk zijn van dezelfde sector, regio of economische factor.
Voor de onderliggende mechanismen leest u Diversificatie en Concentratierisico.
Bij losse aandelen beslist u niet alleen wat u koopt, maar ook hoe vaak u de onderneming blijft volgen. Denk aan kwartaalresultaten, gewijzigde schulden, nieuwe aandelenuitgiftes en een overnamebod. Wie nauwelijks tijd heeft om individuele bedrijven te volgen, kan zich afvragen of een breed gespreid fonds beter aansluit bij de manier waarop hij wil beleggen.
Een aandeelhoudersbelang is bovendien iets anders dan de koers van een bedrijf volgen via een derivaat. U krijgt met een rechtstreeks aandeel de bijbehorende aandeelhoudersrechten, terwijl de rechten van een fondsbelegger via de fondsstructuur lopen. Dat verschil is relevant als u dividend, zeggenschap of langdurig eigendom belangrijk vindt.
Stel dat u €10.000 volledig in één aandeel belegt. Daalt dat aandeel met 20%, dan resteert €8.000 en bedraagt het verlies €2.000.
Verdeelt u dezelfde €10.000 gelijk over vijf aandelen, dan is een daling van 20% in één positie op zichzelf een verlies van €400. Als de andere vier posities in dit vereenvoudigde scenario exact gelijk blijven, daalt de totale portefeuille naar €9.600.
Het voorbeeld laat alleen zien hoe concentratie rekenkundig doorwerkt. In werkelijkheid kunnen meerdere aandelen tegelijk stijgen of dalen en kunnen correlaties juist tijdens stress toenemen. Vijf aandelen zijn daarom geen universele definitie van 'voldoende spreiding'.
Aandelen worden vaak beschreven als groei-, waarde-, kwaliteits- of dividendaandelen. Dat zijn bruikbare analysetermen, maar geen vaste juridische categorieën en ook geen vooraf bepaalde risicoklassen.
Een onderneming die weinig dividend uitkeert kan winst herinvesteren in groei, maar die investeringen hoeven niet succesvol te zijn. Een hoog dividend kan aantrekkelijk lijken, maar kan ook samenhangen met een gedaalde koers of een uitkering die later niet houdbaar blijkt.
Gebruik zo'n label dus als startpunt voor analyse, niet als vervanging voor waardering, balans, kasstromen en bedrijfsrisico.
De AFM adviseert bij beleggen op een langere horizon en de risico's te letten. Beleg daarom alleen geld waarvan u een koersdaling en langere periode zonder verkoop kunt verdragen. Bij aandelen is dat extra relevant omdat koersen sterk kunnen schommelen en herstel geen vaste termijn heeft.
Een lange horizon geeft meer tijd tussen een tussentijdse daling en het moment waarop u het geld nodig heeft. Dat maakt aandelen niet automatisch passend bij iedere belegger met een lange horizon. Uw risicocapaciteit, doel en behoefte aan liquiditeit blijven afzonderlijke grenzen.
Directe aandelen kunnen passen wanneer u bewust ondernemingen wilt selecteren, de portefeuille zelf wilt onderhouden en de gevolgen van concentratie begrijpt.
Een fonds of ETF kan praktischer zijn wanneer u met één product een bredere portefeuille wilt aanhouden. Ook dan moet u controleren wat het fonds daadwerkelijk bezit, hoe geconcentreerd de index of portefeuille is en welke kosten u betaalt.
Wilt u eerst bepalen of u actief ondernemingen wilt selecteren of een meer regelgebaseerde/indexroute zoekt? Lees dan Actief versus passief beleggen. Daarna kunt u uw keuze verder verbinden met asset allocatie.