Het economische debat in Nederland begint lachwekkende vormen aan te nemen. Aan de ene kant luidt voormalig ASML-topman Peter Wennink de noodklok met zijn rapport over de Nederlandse concurrentiekracht. De boodschap is helder: we teren in op onze welvaart. Om onze voorzieningen betaalbaar te houden, moeten we de productiviteit verhogen. Dat vraagt om kapitaal. Veel kapitaal. Niet alleen van de overheid, maar juist van u. Uw spaargeld moet van de bankrekening af en de economie in, richting innovatieve start-ups, energietransitie en technologie.
Maar terwijl het ministerie van Economische Zaken u smeekt om risico te nemen, timmert het ministerie van Financiën de uitgang dicht. De fiscale plannen voor vermogensrendement (Box 3) staan haaks op de economische noodzaak die Wennink schetst.
Dit is de grote Nederlandse kapitaalparadox: de overheid wil de vruchten van risicodragend kapitaal, maar bestraft het risico zelf.
Diverse marktanalisten wijzen al langer op de weeffout in de voorgestelde 'aanwasbelasting'. Het idee klinkt sympathiek: werkelijk rendement belasten. In de praktijk pakt dit echter desastreus uit voor de serieuze belegger.
Onder dit stelsel betaalt u belasting over papieren winst. Stijgt uw aandelenportefeuille in een goed jaar met 15 procent? Dan mag u direct afrekenen met de fiscus, ook al heeft u geen enkel aandeel verkocht. Dit creëert een direct liquiditeitsprobleem. U wordt gedwongen een deel van uw positie te verkopen om de belastingaanslag te voldoen.
Hiermee doorbreekt de fiscus het heiligste principe van vermogensopbouw: het rente-op-rente effect (compounding). U roomt uw basiskapitaal jaarlijks af, waardoor de exponentiële groei die nodig is voor lange termijn welvaart in de kiem wordt gesmoord.
Nog kwalijker is de 'volatiliteitsboete'. Stel, u betaalt in jaar één belasting over een forse koerswinst. In jaar twee crasht de beurs en verdampt die winst. U heeft dan belasting betaald over vermogen dat u niet meer bezit. Verliesverrekening is vaak beperkt of pas in de verre toekomst mogelijk. Dit systeem dwingt beleggers weg van de volatiele, innovatieve sectoren die Wennink juist wil stimuleren, richting veilige, maar laagrenderende obligaties.
In de zoektocht naar alternatieven wordt vaak gewezen naar het Zweedse model, de Investeringssparkonto (ISK). In Zweden beleggen huishoudens volgens data van de OESO aanzienlijk meer in aandelen dan in Nederland. De ISK kent geen vermogenswinstbelasting, maar een lage forfaitaire heffing over de totale waarde.
Hoewel dit systeem eenvoudiger is en beleggen stimuleert, is het geen heilige graal. Ook het Zweedse model (en ons huidige forfaitaire stelsel) belast namelijk het bezit, niet het resultaat. In een jaar waarin uw portefeuille met 10 procent daalt, krijgt u in dit model alsnog een belastingaanslag op de deurmat.
Een belasting op vermogen in plaats van op gerealiseerde winst blijft fundamenteel onrechtvaardig. Het tast de substantie van het vermogen aan in slechte tijden. Blindstaren op Zweden lost het fundamentele probleem – de overheid die mee eet uit uw ruif ongeacht de prestatie – niet op.
De groep die in deze fiscale storm het hardst wordt geraakt, is de ondernemer (DGA en ZZP’er). Sinds het afschaffen van de fiscale oudedagsreserve (FOR) en het pensioen in eigen beheer, is de boodschap vanuit Den Haag: "Regel het zelf maar in Box 3."
Hier ontstaat een grove rechtsongelijkheid. Een werknemer bouwt pensioen op via een pensioenfonds. Dit gebeurt bruto (onbelast) en het rendement in de pot is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Pas bij uitkering wordt er betaald.
De ondernemer die exact hetzelfde doet – vermogen opzijzetten voor later – moet dat doen met netto geld én wordt jaarlijks aangeslagen over het rendement (of de aanwas). Dit verschil in behandeling is niet uit te leggen. Als de overheid wil dat ondernemers zelfredzaam zijn, moet het speelveld gelijk worden getrokken.
Genoeg geanalyseerd. Als we de paradox willen doorbreken en de Nederlandse economie (en uw portemonnee) gezond willen houden, moeten we stoppen met polderen in de marge. Hier is een compromisloos alternatief voor het huidige fiscale doolhof:
Het Realisatiebeginsel: Belast alleen wat daadwerkelijk op de bankrekening binnenkomt. Winst is pas winst als u verkoopt. Dit voorkomt dat beleggers failliet worden belast op papieren vermogen en lost elk liquiditeitsprobleem op.
Inflatiecorrectie: Belasting heffen over rendement dat enkel inflatie compenseert, is diefstal van koopkracht. Belast alleen het reële rendement boven de inflatie.
Een algemene vrijstelling: Introduceer een vrijstelling tot €50.000 per persoon voor beleggingen, vergelijkbaar met de Britse ISA. Dit haalt de kleine belegger uit de administratieve molen en stimuleert breed volkskapitalisme.
Innovatie-aftrek: Wil de overheid dat we investeren in Nederlandse tech en start-ups? Prima. Geef particulieren die risicodragend kapitaal verschaffen aan deze specifieke sectoren een directe fiscale aftrekpost. Deel het risico, in plaats van alleen de winst te belasten.
De Ondernemers-Vesting: Creëer een juridisch kader voor een 'Derde Pijler Pensioenpot' in eigen beheer. Vermogen dat hierin zit en vaststaat tot de AOW-leeftijd, is vrijgesteld van Box 3-heffing. U betaalt pas belasting op het moment dat u het eruit haalt.
De keuze is aan Den Haag, maar ook aan u. Blijft u wachten tot het beleid verandert, of richt u uw vermogen zo in dat u minder afhankelijk bent van de grillen van het Binnenhof? De tijd van passief afwachten is voorbij.
Disclaimer: Dit artikel bevat geen financieel advies. Fiscale wetgeving is onderhevig aan verandering en persoonlijke omstandigheden variëren. Raadpleeg altijd een gekwalificeerd fiscaal adviseur voordat u beslissingen neemt over uw vermogen.